ECLI:NL:GHDHA:2016:3438
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- P.B. Kamminga
- J.A. van Kempen
- A.H.N. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vermindering legitieme portie in nalatenschap na comparitie
In deze zaak staat de omvang van de legitieme portie van [broer twee] in de nalatenschap van hun vader centraal. De rechtbank had eerder een bedrag van €22.335,49 vastgesteld, waarbij onder meer een bedrag van €47.000,- aan opnames van de bankrekening van de vader met de gemachtigdenpas van [broer een] volledig was betrokken bij de nalatenschap. [Broer een] erkende aanwezig te zijn bij deze opnames, maar het gebruik van het geld bleef onduidelijk.
Tijdens de comparitie na aanbrengen heeft het hof met partijen de bewijslast besproken en gewezen op het beperkte financiële belang van het geschil. Het hof stelde dat indien [broer een] kan bewijzen dat de vader het opgenomen geld daadwerkelijk zelf heeft verkregen en aangewend, de legitieme portie van [broer twee] verminderd moet worden met 25% van €47.000,-, oftewel €11.750,-.
Gezien de kosten en het geringe belang heeft het hof partijen een regeling voorgesteld waarbij de legitieme portie wordt vastgesteld op €12.000,-, een voorstel dat door beide partijen werd aanvaard. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en stelde de legitieme portie op dit bedrag vast, met een compensatie van de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
De berekening van de legitieme portie is nader toegelicht met een overzicht van de waarde van de woning, opnames, betalingen en schulden, resulterend in een netto waarde waaruit de legitieme portie is afgeleid. Het arrest werd uitgesproken op 13 september 2016 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De legitieme portie wordt vastgesteld op €12.000,- met ieder eigen proceskostenverdeling.