ECLI:NL:GHDHA:2016:3437
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verjaring van vordering achterstallige kinderalimentatie en kostenveroordeling in hoger beroep
Appellant vorderde betaling van achterstallige kinderalimentatie over de periode van 1 januari 2006 tot en met 27 mei 2008. De kern van het geschil betrof de vraag of deze vordering was verjaard. Appellant stelde dat de geïntimeerde de vordering had erkend via e-mailcorrespondentie in oktober 2009, waardoor de verjaring zou zijn gestuit.
Geïntimeerde ontkende de erkenning van de schuld en verwees naar een ouderschapsplan uit 2010 waarin financiële afspraken waren vastgelegd voor latere periodes, maar niet voor de periode vóór 28 mei 2008. Het hof concludeerde dat de e-mails van geïntimeerde geen erkenning van de vordering inhielden, mede omdat zij aangaf veel kosten voor de kinderen te hebben gedragen.
Het hof benadrukte het belang van rust in de financiële afwikkeling tussen partijen en vond het nodeloos dat appellant de strijd over deze oude periode voortzette. Het hof bevestigde de verjaring van de vordering en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam. Tevens veroordeelde het hof appellant in de kosten van het hoger beroep, aangezien de procedure onnodig was en appellant in het ongelijk werd gesteld.
Uitkomst: Het hof bevestigt de verjaring van de vordering tot achterstallige kinderalimentatie en wijst het hoger beroep af met een kostenveroordeling voor appellant.