De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor poging tot brandstichting, maar ging in hoger beroep tegen het vonnis. Het hof heeft op 17 november 2016 uitspraak gedaan na onderzoek van de zaak en het horen van partijen.
Op 23 september 2015 kocht verdachte 20 liter benzine en bracht dit mee naar zijn eethuis, waar hij benzine over meubels en zichzelf goot, ramen en deuren barricadeerde en lucifers bij zich had. Hij dreigde zichzelf en het pand in brand te steken. De politie greep tijdig in waardoor geen brand ontstond. Het hof acht bewezen dat verdachte handelingen verrichtte die een begin van uitvoering van brandstichting vormden, en dat sprake was van opzet op brandstichting.
Er was sprake van gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen, maar niet van levensgevaar. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen. Het hof hield rekening met een psychologisch rapport dat wees op verminderd toerekeningsvatbaarheid.
Het hof veroordeelde verdachte tot 120 dagen gevangenisstraf, waarvan 105 voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en tot een taakstraf van 180 uur. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het arrest uitgesproken op 17 november 2016.