Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- op 21 oktober 2015 een brief van 20 oktober 2015 met als bijlage een V-formulier van 20 oktober 2015;
- op 28 oktober 2015 een V-formulier van 26 oktober 2015 met bijlage;
- op 28 oktober 2015 een V-formulier van 27 oktober 2015 met bijlage;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
- is bepaald dat de vrouw, als zij ten tijde van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand de echtelijke woning aan [adres echtelijke woning] , die aan de man uitsluitend of mede toebehoort of ten gebruike toekomt, bewoont, jegens de man bevoegd is de bewoning en het gebruik van de bij die woning en tot de inboedel daarvan behorende zaken voort te zetten gedurende zes maanden na de inschrijving van de beschikking, zulks tegen een redelijke vergoeding, welke op nihil is gesteld;
- is ten laste van de man aan de vrouw een uitkering tot levensonderhoud toegekend van € 1.035,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen voor het eerst op de dag dat de echtscheidingsbeschikking is of zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
- zijn partijen bevolen over te gaan tot de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden op de wijze zoals weergegeven in 2.7.7. tot en met 2.7.24. van de bestreden beschikking.
- de door de man te betalen uitkering tot levensonderhoud voor de vrouw, hierna ook partneralimentatie, de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man;
- de omvang van de vergoeding voor het voortgezette gebruik van de woning aan de [adres echtelijke woning] (verder: de echtelijke woning) door de vrouw;
- de afwikkeling van de huwelijksvoorwaarden.
- dat de vrouw gehouden is aan de man te voldoen een gebruiksvergoeding ad € 833,- per maand (indien uitgegaan wordt van de waarde van de woning op basis van de ruimte voor ruimte regeling) dan wel € 583,- per maand (indien uitgegaan wordt van de waarde bij de huidige agrarische bestemming);
- dat deze vergoeding (primair) maandelijks vooraf voldaan dient te worden, dan wel (subsidiair: in het geval dat de vrouw aantoont op dat moment onvoldoende draagkracht c.q. liquiditeit te bezitten) dat de man ten belope van de totale omvang van de gebruiksvergoeding jegens de vrouw het recht heeft zijn vordering op haar te verrekenen met de aanspraak van de vrouw uit hoofde van de (overige) vermogensrechtelijke afwikkeling;
- dat de door de vrouw te betalen gebruiksvergoeding geen factor is die haar huwelijkse behoefte verhoogt, alsmede dat de door de man te ontvangen gebruiksvergoeding geen factor is die zijn draagkracht verhoogt;
- ii) ten aanzien van de sieraden van de vrouw te bepalen dat deze tegen de door de man geschatte waarde ad € 75.000,- in de verrekening betrokken worden, alsmede dat de vrouw uit dien hoofde aan de man verschuldigd is een bedrag van € 37.500,-
- iii) ten aanzien van de echtelijke woning de verdeling te gelasten en daarbij te bepalen:
- dat de voormalige echtelijke woning aan de man toe gescheiden wordt;
- primair: dat de man voor het eigendomsdeel van de vrouw (50%) een bedrag voldoet op basis van de agrarische waarde ad € 350.000,-, te verminderen met de hypotheekschuld en de kosten van het taxatierapport;
- subsidiair: dat de man voor het eigendomsdeel van de vrouw (50%) een bedrag voldoet op basis van de vrije waarde ad € 550.000,- te verminderen met de hypotheekschuld en de kosten van het taxatierapport en de netto in de BV te maken kosten ad € 240.000,-, alsmede opdracht te geven aan een deskundige wat het effect is op de waarde van de te verrekenen aandelen en daarmee rekening te houden bij het bepalen van de met de verrekening samenhangende aanspraken;
- voor de waardering uit te gaan van de peildatum van (primair) 31 december 2013, dan wel (subsidiair) die van de datum einde huwelijk;
- een deskundige te benoemen voor de waardering, alsmede partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de naam van de deskundige en de aan de deskundige voor te leggen vragen;
- op basis van het door deze deskundige af te geven advies de te verrekenen waarde van de aandelen vast te stellen;
- v) ten aanzien van de r/c schuld aan genoemde de BV te bepalen dat elk van partijen de helft van die schuld dient te voldoen (te dragen), alsmede dat voor de hoogte van die schuld aansluiting gezocht wordt bij de stand daarvan op 31 december 2014;
- vi) ten aanzien van de overlijdensrisicoverzekering ASR:
- primair: de waarde van de polis te betrekken bij de afwikkeling ex artikel 12 HVW Pro, in de zin dat de polis op zo kort mogelijke termijn afgekocht dient te worden en elk van partijen gerechtigd is tot de helft van de afkoopwaarde;
- subsidiair: te bepalen dat de polis voorgezet wordt door de vrouw, zij het onder de voorwaarde dat de kinderen van partijen als begunstigden opgenomen worden met de bepaling dat deze begunstiging nadien niet gewijzigd kan worden anders dan met instemming van de man;
- primair: de saldi te verrekenen tegen de hoogte daarvan per de peildatum van 10 maart 2012 (feitelijk verbreken samenleven) en partijen te verplichten binnen twee weken na de in dezen te wijzen beschikking de stukken over te leggen waaruit de hoogte van de saldi blijkt van alle op hun naam aangehouden bankrekeningen;
- subsidiair: de saldi te verrekenen tegen de hoogte daarvan per de door de rechtbank bepaalde peildatum van 17 december 2014;
- meer subsidiair: de saldi te verrekenen tegen de hoogte daarvan per de peildatum ex artikel 13 HVW Pro (datum einde huwelijk);
- viii) ten aanzien van de vaststelling en waardebepaling van de te verrekenen vermogens te bepalen dat deze notarieel moet geschieden, alsmede dat elk van de partijen de kosten daarvan bij helfte dient te dragen, alsmede dat deze formaliteit onverlet laat dat de waardering als zodanig (i.c. van de aandelen van de BV en van de woning) door daartoe aangewezen deskundigen kan geschieden;
- ix) ten aanzien van de afwikkeling van de huwelijksvoorwaarden:
- vast te stellen welk bedrag de vrouw aan de man moet betalen;
- te bepalen dat de vrouw dit bedrag dient te voldoen binnen twee weken na de in deze te wijzen beschikking, alsmede dat de vrouw verplicht is daarover vanaf dat moment tot de dag van algehele voldoening aan de man de wettelijke rente te vergoeden.
in principaal hoger beroep
- dat partijen als aandeelhouders van de B.V. het daartoe zullen leiden dat de kassen met ondergrond die toebehoren aan die B.V. door partijen in privé voor gelijke delen in eigendom zullen worden verkregen tegen schuldigerkenning van een koopsom gelijk aan de boekwaarde, zulks binnen een maand na de door het hof te wijzen beschikking;
- dat partijen de bouwrechten die zij zullen ontvangen door toepassing van de Ruimte voor Ruimte-regeling zo spoedig als mogelijk doch uiterlijk 1 maand na ontvangst of toekenning, te koop zullen aanbieden via een lokaal bekende makelaar;
- dat partijen voor gelijke delen gerechtigd zijn tot de verkoopopbrengsten van de bouwrechten uit de Ruimte voor Ruimte-regeling, zulks na aftrek van de kosten die met de verkoop gepaard gaan;
- dat de woning op kosten van de man bindend moet worden getaxeerd door een door het hof aan te wijzen makelaar of taxateur, welke makelaar of taxateur dezelfde opdracht krijgt als de rechtbank in eerste aanleg heeft bepaald, althans een opdracht die het hof in goede justitie vermeent te behoren, en welke taxatie moet plaatshebben binnen een maand na de door het hof te wijzen beschikking;
- dat de woning binnen 6 maanden na de door het hof te wijzen beschikking wordt toegescheiden aan de man tegen voldoening van de helft van de getaxeerde waarde verminderd met de helft van de op de woning rustende hypothecaire geldleningen, welke toe scheiding slechts kan geschieden onder de opschortende voorwaarde dat de vrouw wordt ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de voldoening van deze geldleningen;
Gebruiksvergoeding echtelijke woning
Afwikkeling huwelijksvoorwaarden
Artikel 1
Ieder der echtgenoten is eigenaar van de kleding en de te dragen sieraden, welke bij hem of haar in gebruik zijn of tot zodanig gebruik zijn bestemd, almede van die rechten aan toonder of niet-registergoederen, welke dienen of bestemd zijn voor de uitoefening van het door de betreffende echtgenoot uitgeoefende beroep of bedrijf, zonder enige verrekening of enig onderzoek wanneer, door wie of op welke wijze zij zijn verkregen.”
te dragen sieraden” in artikel 8 van Pro de huwelijksvoorwaarden kan redelijkerwijs geen andere betekenis worden toegekend dan sieraden die gedragen kunnen worden. Redelijkerwijs valt niet in te zien waarom de zinsnede enkel zou zien op sieraden die de vrouw dagelijks draagt. Dit heeft tot gevolg dat de sieraden van de vrouw niet tot het te verrekenen vermogen behoren. Taxatie van de sieraden kan derhalve achterwege blijven.
De vaststelling en de waardebepaling van de vermogens, casu quo vermogensbestanddelen, geschiedt in onderling overleg, danwel bij gebreke van overeenstemming op de wijze als is voorgeschreven voor een boedelscheiding waarbij minderjarigen zijn betrokken.
Partneralimentatie
Behoefte vrouw
,-plus € 1.000,- is € 4.054,- .