De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die zijn verzoek om gezamenlijk ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen heeft afgewezen. De moeder is van rechtswege alleen met het gezag belast. De ouders hebben een moeizame relatie en communiceren nauwelijks, wat het gezag gezamenlijk uitoefenen bemoeilijkt.
De vader stelde dat deelname aan het traject Ouderschap Blijft de communicatie zou verbeteren en dat het verzoek om gezamenlijk gezag daarom aangehouden had moeten worden. De moeder en de raad voor de kinderbescherming betoogden dat de communicatie nog steeds zeer slecht is en dat gezamenlijk gezag het risico inhoudt dat de kinderen klem komen te zitten tussen de ouders.
Het hof overwoog dat gezamenlijk gezag alleen mogelijk is als ouders in staat zijn om samen beslissingen te nemen zonder het kind te belasten of in gevaar te brengen. Gezien het ontbreken van communicatie, het mislukken van het hulpverleningstraject en het grote wantrouwen tussen de ouders, is het niet in het belang van de kinderen om gezamenlijk gezag toe te kennen.
Het hof besloot het verzoek van de vader af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen. Het hoger beroep werd pro forma aangehouden tot 1 mei 2016 met het oog op mogelijke verbetering via hulpverlening, waarna heroverweging kan plaatsvinden.