Uitspraak
uitspraak van 2 november 2016
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, de Inspecteur,
Aanslagen, bezwaar en geding in eerste aanleg
Loop van het geding in hoger beroep
Vaststaande feiten
- een “Verklaring omtrent doel geleend geldsom van 45.000 euro” getekend op 3 oktober 2012 door [B] , waarin hij verklaart op 30 augustus 2012 een bedrag van € 45.000 contant te hebben geleend en ontvangen van zijn schoonzoon, [C] , met de intentie het gehele bedrag te investeren in een zelfstandige onderneming.
- een “Verklaring sparen/bewaren contant geld bij ouders” getekend op 3 oktober 2012 door [B] , waarin hij verklaart dat hij al zijn spaargeld en op 30 augustus 2012 ook het geleende bedrag van € 45.000 aan zijn ouders in contanten in bewaring heeft gegeven. In de verklaring zet hij uiteen waarom hij het geld niet op een bankrekening heeft gestort.
- een “Verklaring omtrent thuis sparen” getekend op 1 oktober 2012 door [C] met een verklaring waarom hij niet bij de bank spaart.
januari 2013:
januari 2013:
januari 2013: