Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
escrow account) in afwachting van de vraag of en zo ja onder welke voorwaarden Burger King met Schiphol een verlenging van de concessie overeenkomst met een termijn van 15 jaar, te rekenen vanaf het moment van ondertekening de RMA overeenkomst (dus tot 5 januari 2016) zou overeenkomen.
1.Definitions
4.Interest on Escrow Amount and costs
5.Entitlement to the Escrow Amount/Claims
If (…) the Purchaser (…) is unable to obtain an extention of the Schiphol lease for at least 15 years from the Signing Date on the same terms as to the rental and in other respects on terms not materially less benificial tothe Purchaser, but is offered an extention for such period on non-financial terms which are materially as benificial but upon financial terms which are materially less beneficial than the present Schiphol lease, Purchaser shall use its best efforts to challenge such increase in the financial terms in order to obtain the most favourable financial terms possible. If the Purchaser receives advise from its lawyers or from a leading firm of Dutch lawyers instructed by the Seller indicating that it is necessary or desirable for the purchaser to commence legal proceedings against the Schiphol landlord, the Purchaser shall commence the action so advised.
i) the Purchaser shall proceed with the extension of the lease;
If the Purchaser, (…) having used all reasonable diligence and good faith efforts and not for independent economic reasons favourable to Purchaser, has been unsuccessful in obtaining any extention to the Schiphol Lease, the Escrow Amount shall be paid to the Purchaser forthwith. If on the same basis the Purchaser has only been successful in negotiating an extension upon financial terms which are such that the the present day value of the difference between the less favourable terms and the terms of the existing lease is greater than the Escrow Amount , then subject only to the following sub-clause (g), the Purchaser shall be entitled to such amount of the Escrow Amount as is equal to the present day impact of the less favourable financial terms.
in conventiegevorderd bij vonnis zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
€ 710.731,38, vermeerderd met de top-up rente en de wettelijke (handels)rente over de top-up rente vanaf 1 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, althans Burger King te veroordelen tot betaling van de wettelijke (handels)rente over een bedrag van € 1.815.120,86 vanaf 1 mei 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
€ 521.501,62, althans een vergoeding te schatten dan wel te begroten op een wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is.
in reconventiegevorderd te verklaren voor recht dat van de Escrow Account aan Burger King dient worden uitgekeerd:
“its best efforts”aan te wenden tot het verkrijgen van zo gunstig mogelijke voorwaarden. Omdat van een procedure tegen Schiphol geen sprake is zijn de in artikel 5.1.c onder (i) tot en met (vii) genoemde voorwaarden hier niet van toepassing. Naar het oordeel van de rechtbank geldt dit met name ook voor het onder (iii) geformuleerde vereiste dat Burger King alleen een claim heeft als zij “
in good faith” and“
aggressively”een verlenging op dezelfde financiële voorwaarden heeft nagestreefd. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat Burger King zich terecht heeft beroepen op toepasselijkheid van het criterium
“all reasonable diligence and good faith efforts”als vermeld in artikel 5.1.f. van de Escrow Agreement. Dit wil zeggen dat zij zich naar beste vermogen zorgvuldig en te goeder trouw en niet uit eigen – voor Burger King gunstige – economische overwegingen moet hebben ingespannen voor een verlenging onder dezelfde voorwaarden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Burger King aan haar in artikel 5.1.c en 5.1. f genoemde verplichtingen uit de Escrow Agreement voldaan. De rechtbank heeft hierbij aangetekend dat aan “
its best efforts”naast de omschrijving in artikel 5.f geen zelfstandige betekenis toekomt.
“aggressively”de verlening moet hebben nagestreefd (neergelegd in artikel 5.1.(c) (iii) toepassing mist. Volgens Transautex is artikel 5.1.(c) (iii) een op zichzelf staande bepaling die te allen tijde gelding heeft. Transautex moest om aanspraak te maken op de Escrow Amount de verlenging
“aggressively”hebben nagestreefd.
“aggressively in good faith”een verlenging onder dezelfde voorwaarden heeft nagestreefd en zich met gebruikmaking van haar “
best efforts”daarvoor heeft ingespannen.
Only if the purchaser has aggressively pursued such extention in good faith”.Zij heeft erop gewezen dat Transautex in randnummer 78 van de memorie van grieven in het principaal appel heeft aangevoerd dat Burger King in geval van mindere condities alleen aanspraak op de Escrow zou hebben als zij zich in de onderhandelingen voldoende zou hebben ingespannen (
“aggressively pursued”)om gelijke of betere voorwaarden te verkrijgen ten opzichte van de geldende financiële voorwaarden, en zich ten opzichte van Transautex steeds te goeder trouw (
“in good faith”)zou hebben opgesteld. In de kern genomen gaat er dus om of Burger King zich in de onderhandelingen voldoende heeft ingespannen om gelijke of betere voorwaarden te krijgen en of zij zich ten opzichte van Transautex steeds te goeder trouw heeft opgesteld. Volgens Burger King heeft zij aan deze voorwaarden voldaan. Verder heeft Burger King er nog op gewezen dat Transautex haar, naar aanleiding van de door haar ten opzichte van Schiphol ingenomen posities, herhaaldelijk had laten weten dat zij niet wilde dat Burger King zich té agressief zou opstellen.
aggressively in good faith).Bij pleidooi heeft Transautex nog aangevoerd dat volgens de strengere maatstaf (van artikel 5.1.c.iii) Burger King
“er alles aan moest doen en keihard vechten om een zo goed mogelijk resultaat te krijgen”.Het hof overweegt dat (ook) deze nadere precisering zijn begrenzing vindt in wat op dat punt in redelijkheid aan vasthoudendheid van Burger King mocht worden verwacht, mede rekening houdend met de instandhouding van de goede relatie met Schiphol. Ook Transautex heeft herhaalde malen gewezen op het belang daarvan (inl. dagv, 2.1, brieven van 17 april 2007, prod 55 en 16 mei 2007, prod. 62).
impactdie de verlenging zou hebben, dan wel dat deze
impactdoor de rechter moest zijn bepaald. Aan deze voorwaarden is niet voldaan en reeds hierom komt Burger King het bedrag van de Escrow niet toe.
impactdaarvan en deze (ook) niet is vastgesteld door de rechter. De zinsnede waaraan Transautex deze voorwaarden ontleent, volgt op de alinea die gaat over “legal proceedings against the Schiphol landlord” en moet in dat licht zo worden verstaan dat door de uitspraak van de rechter in die procedure tegen Schiphol of door overeenstemming van partijen duidelijkheid is komen te bestaan over de (less favourable) financial terms. De impact daarvan, die alleen een rol speelt tussen Transautex en Burger King, is geen onderwerp van de procedure tegen Schiphol. Gelet hierop kan artikel 5.1.c redelijkerwijs niet in die zin worden uitgelegd dat buiten het daar omschreven geval dat een procedure tegen de verhuurder wordt gevoerd, dus in het zich hier voordoende geval van onderhandelingen met de verhuurder, ook aanvullend aan de door Transautex genoemde voorwaarden moet worden voldaan. Het hof merkt voorts nog op dat verlenging ook is toegestaan als er onvoldoende dekking is voor de
“less favourable terms”.Ook dit pleit tegen de door Transautex voorgestane uitleg van deze bepaling, die zou betekenen dat Burger King haar aanspraak op afrekening van het in escrow gestorte bedrag en de daarover verkregen rente verliest als niet voorafgaand aan de verlenging de
impactdaarvan is vastgesteld.
“all reasonable diligence and good faith efforts”)ten onrechte toepasselijk heeft geacht. Volgens Transautex is en blijft de norm uit artikel 5.1.c - namelijk dat Burger King de verlenging
“aggressively and in good faith”moet hebben nagestreefd - van toepassing. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen behoeft deze grief verder geen bespreking.
secaanspraak zou kunnen maken op de
Escrow Amount.Dit betekent uiteraard niet dat de onderhandelingsruimte die Burger King bij het aangaan van de Additionele huurovereenkomst voor Schiphol heeft gecreëerd bij de bespreking over de verlenging niet meegenomen mag worden in het beoordelen van het handelen van Burger King met het oog op de vraag of zij aanspraak kan maken op een verlaging van de koopsom, aldus Transautex.
In the event the question arises when, to what extent and who is entitled to the Escrow Amount the recent Lease Agreement will be ignored”.In artikel 3 is Pro bepaald dat partijen met ondertekening van deze overeenkomst overeenkomen dat de geschillen als omschreven in de considerans onder (a) tot en met (g) zijn opgelost. Naar het oordeel van het hof moet de (vaststellings-)overeenkomst van 17 juni 2003 in redelijkheid in die zin worden uitgelegd dat bij de beoordeling van de vraag wie aanspraak kan maken op het in escrow staande bedrag de Additionele huurovereenkomst buiten beschouwing zal blijven. Voor de door Transautex bepleite beperkte uitleg valt in de stukken onvoldoende steun te vinden.
“agressively and in good faith”en met haar “best
efforts” een verlenging op dezelfde voorwaarden na te streven. Dat was wel een vereiste om aanspraak te kunnen maken op de Escrow Amount. Nu het openingsbod al ongunstiger was dan de huidige voorwaarden kon naar de stellige overtuiging van Transautex de verlenging nooit meer op dezelfde voorwaarden geschieden. Burger King heeft met dit bod haar positie ernstig verzwakt. Dit geldt temeer daar Burger King zich ten tijde van het doen van het bod reeds op het (terechte) standpunt had gesteld dat zij bedrijfsruimte ex artikel 7:290 BW Pro huurde. Voor een verhoging van de huurprijs diende Schiphol een huurprijsaanpassingsprocedure ex artikel 7:303 BW Pro te volgen en voor een beëindiging een procedure bij de rechter. Dat Burger King bij haar bod in de tender haar contractuele rechten heeft voorbehouden doet hier niet aan af. Het “voorbehouden van contractuele rechten” brengt uiteraard niet met zich dat een gedaan bod van Burger King als niet gedaan kan worden beschouwd. Burger King heeft haar positie met dit bod weggegeven en kan zich niet achteraf voor het (contant gemaakte verschil) op de escrow verhalen, aldus nog steeds Transautex. Transautex betwist voorts dat, voor het geval het hof van oordeel is dat Burger King een marktconform aanbod mocht doen, het aanbod van Burger King marktconform was. Transautex wijst er in dit verband op dat blijkens een als productie 144 overgelegd vonnis van 28 maart 2013 tussen Schiphol en haar huurder Food Village huurprijzen van € 422,75 en € 701,69 per m2 (inclusief servicekosten) per jaar zijn overeengekomen. In deze zaak is Burger King akkoord gegaan met een huurprijs van
aggressivelyde verlenging nagestreefd, aldus nog steeds Transautex.
“non-financial terms”niet
“less beneficial to the Purchaser”zijn (artikel 5.1.(c)).
“As you are well aware, the conditions (…) as set forth by us are comparable with the conditions our other concessionaries are subjected to. (…) I additionally want to point out that the term of the proposed lease agreement will fully enable Burger King to – as was already the case over the past years – achieve a healthy financial performance at Schiphol Plaza. I propose to thus come to a closure of our negotiations.”Anders dan Transautex in de eerste aanleg heeft betoogd (CvRepl. 104) valt uit deze e-mail niet enkel te lezen dat Schiphol Burger King solvabel genoeg achtte om de gebruikersvergoedingen te betalen. Dat er enig causaal verband is tussen de (gesteld achterblijvende) performance van Burger King en/of de opening van het tweede restaurant en de door Schiphol verlangde basishuur en concessievergoeding is in deze procedure niet gebleken. Transautex heeft weliswaar (met veronderstellingen van haar kant) betwist dat de opening van het tweede restaurant geen gevolgen heeft gehad voor de omzet van het restaurant op Schiphol Plaza, maar dit kan verder in het midden blijven nu daarmee nog niet (voldoende) is onderbouwd dat dit in concreto heeft geleid tot de minder gunstige voorwaarden bij de verlenging. De enkele door Transautex op dit punt geuite veronderstellingen zijn daartoe in elk geval onvoldoende. Dit betekent dat het betoog van Transautex op dit punt ook inhoudelijk niet opgaat. Het hof verwerpt tot slot de stelling dat Transautex van Burger King mocht verlangen dat zij een omzetgarantie aan Schiphol zou geven. Dit blijkt niet uit de stukken. Dit nog daargelaten, heeft Burger King overigens nog opgemerkt dat ook indien een
“omzetgarantie”zou zijn gegeven het
“netto resultaat “niet anders zou zijn geweest. Voor zover Transautex wil betogen dat het risico van het niet halen van de
“omzetgarantie”dan voor rekening van Burger King moet komen gaat ook dit betoog (dat niet nader concreet, feitelijk en op de stukken toegespitst is uitgewerkt) niet op. Dat tussen partijen in het kader van de Escrow Agreement afspraken zijn gemaakt over concrete minimum omzetten van Burger King is in het geheel niet gebleken.
“all reasonable diligence”moet gebruiken om een verlenging te bewerkstelligen op voorwaarden die
“no less favourable”zijn dan de geldende voorwaarden. Schendingen van de verplichtingen uit artikel 5.1.h leiden er dan ook (al dan niet in samenhang met andere gedragingen) reeds toe dat Burger King niet heeft voldaan aan de op haar rustende normen. Het gaat niet slechts om controlemogelijkheden voor Transautex. Door haar verplichtingen uit artikel 5.1.h te schenden heeft Burger King de belangen van Transautex uit het oog verloren. De rechtbank heeft dit alles miskend
7 days advance notice” gegeven. Dat zij feitelijk de overeenkomst pas op 20 april 2009 heeft getekend doet daaraan niet af. Transautex wist dit niet en behoefde dit – gezien de boodschap van Burger King - ook niet te vermoeden. Volgens Transautex heeft de rechtbank in haar beoordeling in r.o. 5.7 van het tussenvonnis de aard en strekking van artikel 5.1.h miskend. Het gaat om het handelen van Burger King in haar contractuele verhouding tot Transautex.
“all reasonable diligence”moet worden gebruikt om een verlenging te bewerkstelligen op voorwaarden die
“no less favourable”zijn dan de geldende voorwaarden geen strengere maatstaf bevat dat de hiervoor besproken verplichting van Burger King om
“aggressively and in good faith”een verlenging onder de zelfde voorwaarden na te streven en zich met gebruikmaking van haar
“best efforts”daarvoor in te spannen.
“7 days notice”is genoemd, betekent niet dat Burger King hiermede haar aanspraak op het in escrow gestorte bedrag en de daarover verkregen rente heeft verloren. De rechtbank heeft hierbij terecht in aanmerking genomen dat de ondertekening feitelijk pas op 20 april 2009 heeft plaatsgevonden en dat Transautex noch binnen zeven dagen na 23 maart 2009, noch op enig moment vóór 20 april 2009 heeft geprotesteerd. Verder is terecht meegewogen dat de financiële voorwaarden van deze overeenkomst niet afwijken van die in de eerder aan Transautex toegestuurde concepten van 10 april 2008 en 9 december 2008 en Transautex niet anders heeft gereageerd dan met de mededeling dat zij over onvoldoende informatie beschikte om zich over de impact een oordeel te vormen en voorts – na toezending van de gevraagde informatie – dat zij het verdere verloop zou afwachten (bij brief van 12 augustus 2008). In de toelichting op subgrief 3.2 heeft Transautex aangevoerd dat zij de door Burger King aangeboden percentages absurd hoog vond. Ook deze (niet nader uitgewerkte) opmerking bevat geen concrete (en haalbare) suggesties voor een beter resultaat. Transautex heeft verder nog aangevoerd dat zij Burger King heeft geadviseerd een “senior” af te vaardigen welk advies volgens Transautex door Burger King ook is opgevolgd. Hier treft, naar het hof begrijpt, dus Burger King geen verwijt (dat adviezen niet zijn opgevolgd). Het hof overweegt tot slot dat in dit hoger beroep niet, althans onvoldoende gemotiveerd, is betwist dat voor zover het voor Transautex niet in alle gevallen mogelijk was een vergadering bij te wonen uit de stellingen van Transautex niet kan worden afgeleid dat haar aanwezigheid tot een andere uitkomst had geleid.
Interest on Escrow Amount and costs”. Artikel 4.1 luidt als volgt: “
The Party entitled to any amount out of the Escrow Account pursuant to this Escrow Agreement shall also be entitled to the interest accrued thereon from time to time. Such interest shall be paid simultaneously with the payment of such amount.”Volgens Transautex is de (thans door Burger King bepleite) uitleg van artikel 4.1 gebaseerd op een volstrekt onjuiste lezing van deze bepaling. Met de in artikel 4.1 vermelde “
interest accrued thereon from time to time”wordt bedoeld de rente die op het moment dat de Escrow Amount wordt verdeeld wel is gekweekt maar nog niet op de rekening is toegevoegd: de nog niet bijgeschreven rente. Dit volgt volgens Transautex ook uit de definitiebepalingen en het feit dat het hier gaat om een door Burger King gewenste vermindering van de koopprijs.
escrow account)in afwachting van de vraag of en zo ja onder welke voorwaarden Burger King met Schiphol een verlenging van de concessieovereenkomst met een termijn van vijftien jaar, te rekenen vanaf het moment van ondertekening van de RMA overeenkomst (dus tot 5 januari 2016) zou overeenkomen. Hierbij sluit naar het oordeel van het hof redelijkerwijs het meest logisch aan dat de partij die overeenkomstig deze regeling aanspraak kan maken op het in escrow gestorte bedrag ook de daarop verkregen rente toekomt. Dat het hier volgens Transautex gaat om een vermindering van de koopsom maakt dit niet anders. Noch uit de definitiebepaling (artikel 1.2) noch uit artikel 4.2 volgt dat partijen dit anders (en wel in de door Transautex bepleite zin) hebben bedoeld.
“impact”van de minder gunstige voorwaarden. De hierop betrekking hebbende principale grief 4.1 faalt.
impact”van de minder gunstige voorwaarden niet uit te gaan van de overeenkomst van 20 april 2009 maar van dit eerdere aanbod. Ook de principale grief 4.2 faalt. Zoals in het slot van dit arrest wordt overwogen leidt ook een ander oordeel op dit punt overigens niet tot het door Transautex gewenste resultaat.
“impact”van de minder gunstige voorwaarden € 4.837.623,-- bedraagt. De door Transautex betwiste omzetcijfers en extrapolatie (grief 6 principaal appel) betreffen (zeer) geringe bedragen die gelet op hetgeen hierna volgend wordt overwogen niet relevant zijn.
“impact”van de minder gunstige voorwaarden contant gemaakt moet worden en zo ja, tegen welke datum.
impact”van de minder gunstige voorwaarden uit de escrow niet heeft plaatsgevonden. Transautex betwist dit en betoogt dat contantmaking moet plaatsvinden per 5 januari 2001 (datum RMA) dan wel 5 maart 2001 (datum betaling volgens de Escrow Agreement, zoals bij pleidooi betoogd). Zij voert daartoe in de memorie van grieven 211 e.v. aan dat uitkering onder de Escrow Agreement neerkomt op een (neerwaartse) aanpassing van de koopprijs die Burger King moest betalen op 5 maart 2001. De koopprijs is volgens Transautex een weergave van de waarde van de aandelen per 5 maart 2001. Als de veronderstelling dat de huurovereenkomst onder dezelfde voorwaarden wordt verlengd voor een periode van vijftien jaar onjuist blijkt te zijn leidt dit op grond van de Escrow Agreement tot een neerwaartse aanpassing van de koopprijs. Deze dient te geschieden per 5 januari 2001, aldus Transautex. De rechtbank heeft de datum voor de contantmaking bepaald op 20 april 2009.
“the present day value of the impact”. Dat hiermee gedoeld wordt op contant making van het nadeel per 5 januari 2001 dan wel 5 maart 2001 vindt tot slot evenmin steun in artikel 5.1.c (iv) waarin de wijze van berekening van
: the present day value”wordt beschreven. Transautex heeft zich tot slot nog beroepen op de brieven van [naam 1], partner/valuator bij Talanton Valuation Services B.V. en van [naam 2] RV van Solid Valuation (prod. 140 en 141). In deze brieven wordt, kort gezegd, het standpunt ingenomen dat vanuit bedrijfseconomisch perspectief – uitgaande van de veronderstelling dat Burger King de waarde van de overgenomen activiteiten/onderneming per transactiedatum had berekend conform de DCF methode – ook het nadeel per die datum dient te worden bepaald. Dit leidt niet tot een ander oordeel, nu niet is gebleken dat partijen deze berekeningsmethode (met contantmakingsdatum per 5 januari 2001 of 5 maart 2001) bij het sluiten van Escrow Agreement voor ogen hebben gehad voor de zich hier voordoende situatie dat in het geheel geen betaling onder de Escrow Agreement heeft plaatsgevonden binnen de overeengekomen termijn van vijftien jaar. Burger King behoefde in de gegeven omstandigheden de thans door Transautex bepleite uitleg redelijkerwijs niet te verwachten. Het hof tekent hierbij aan dat Transautex in de inleidende dagvaarding (7.1) onderschrijft dat in de Escrow Agreement is uitgegaan van de situatie dat het bedrag in de escrow uiterlijk op 30 april 2008 kon worden uitgekeerd.
“impact”van de minder gunstige voorwaarden ad € 4.837.623,-- groter is dan het in escrow gestorte bedrag van
“impact”contant gemaakt moet worden per 5 januari 2001 dan wel per 5 maart 2001 gaat, zoals hiervoor overwogen, in elk geval niet op.
- verklaart het principaal appel ongegrond;
- veroordeelt Transautex in de kosten van het principaal appel, aan de zijde van Burger King tot op heden begroot op € 5.160,-- aan verschotten en € 9.160,-- aan salaris advocaat;
- in conventie
- wijst de vorderingen van Transautex af;
- veroordeelt Transautex in de kosten van het geding in eerste aanleg in conventie, aan de zijde van Burger King tot op 4 februari 2015 begroot op € 3.621,-- aan verschotten en € 10.435,75 aan salaris advocaat;
- in reconventie
- verklaart voor recht dat van de Escrow Account aan Burger King dient te worden uitgekeerd het gehele bedrag dat zich op de Escrow Account bevindt;
- veroordeelt Transautex in de kosten van het geding in de eerste aanleg in reconventie, aan de zijde van Burger King tot 4 februari 2015 begroot op € 7.244,75 aan salaris advocaat;
- veroordeelt Transautex in de kosten van het incidenteel appel, aan de zijde van Burger King tot op heden begroot op € 6.870,-- aan salaris advocaat;