ECLI:NL:GHDHA:2016:3102
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling verzekeringspremies en bewijsopdracht in second opinion-procedure
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of appellante de verzekeringen in 2008 heeft opgezegd, hetgeen zij betwist. De verzekeringspremies werden door geïntimeerde als assurantietussenpersoon via een rekening-courantverhouding met verzekeraars voldaan en vervolgens bij appellante geïncasseerd. Appellante stelt dat zij de verzekeringen heeft opgezegd, terwijl geïntimeerde betwist dat en stelt dat alleen de incassomachtiging is ingetrokken.
Het hof oordeelt dat uit het e-mailbericht van oktober 2008 niet blijkt dat de verzekeringen zijn opgezegd, maar slechts dat de incassomachtiging is ingetrokken. Appellante is gehouden de premies te vergoeden. De vordering tot betaling van schadevergoeding wegens woningbeschadiging wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook de vordering tot buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. De wettelijke rente wordt slechts toegekend vanaf de dagvaarding wegens stilzitten van geïntimeerde.
Beide partijen hebben ingestemd met de second opinion-procedure, waarbij het hof wel ruimte laat voor bewijsopdrachten. Het principaal en incidenteel appel slagen niet, zodat het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. Beide partijen worden in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het principaal en incidenteel appel af.