ECLI:NL:GHDHA:2016:3073
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging ouderlijk gezag vader over minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling
In deze zaak staat de beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over zijn minderjarige kind centraal. De rechtbank Den Haag had het gezag reeds beëindigd en de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd. De vader ging in hoger beroep tegen deze beschikking en voerde aan dat de ontwikkeling van het kind niet wordt bedreigd en dat hij inmiddels een constructieve omgang en samenwerking met de pleegouders en gecertificeerde instelling heeft.
Het hof oordeelt dat de vader ontvankelijk is in zijn hoger beroep, maar wijst zijn verzoek tot een deskundigenonderzoek af omdat dit niet schriftelijk was ingediend. De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling benadrukken dat de vader niet binnen een aanvaardbare termijn de zorg kan overnemen vanwege de ernstige ontwikkelingsachterstand en kwetsbaarheid van het kind, dat inmiddels gehecht is aan het pleeggezin.
Het hof stelt vast dat de wettelijke criteria voor beëindiging van het gezag zijn vervuld: de ontwikkeling van het kind wordt ernstig bedreigd en de vader kan niet adequaat voor het kind zorgen binnen een aanvaardbare termijn. Het belang van het kind bij continuering van de huidige opvoedingssituatie en duidelijkheid over het toekomstperspectief weegt zwaarder dan het gezagsrecht van de vader. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en compenseert de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over de minderjarige.