ECLI:NL:GHDHA:2016:2993
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- L.F.A. Husson
- J.M. van Baardewijk
- M.Th. Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over huurrecht en gebruik woning na echtscheiding
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter dat de man met ingang van 15 februari 2016 het gebruik van de woning aan de [adres] te [plaatsnaam] exclusief toekent. De vrouw betoogt dat de rechtbank onvoldoende rekening heeft gehouden met haar belangen en dat zij inmiddels in staat is de huur zelf te betalen. De man bestrijdt het bestaan van een huwelijk volgens Nederlands recht en dat de vrouw medehuurder is geworden.
Het hof stelt vast dat partijen volgens de gemeentelijke basisadministratie als gehuwd zijn geregistreerd en gaat uit van de juistheid hiervan. Hoewel alleen de man op het huurcontract staat, worden beiden als huurder aangemerkt op grond van artikel 7:266 lid 1 BW Pro. De man heeft gemotiveerd betwist dat hij de woning vrijwillig heeft verlaten en het hof verwerpt de stelling van de vrouw dat hij zijn gebruiksrecht heeft prijsgegeven.
Beide partijen hebben in beginsel gelijke rechten op het gebruik van de woning. Het hof weegt de belangen af en oordeelt dat het belang van de man zwaarder weegt, mede omdat hij zorg heeft gedragen voor de huurbetaling en inmiddels weer in de woning woont. De vrouw heeft onvoldoende concrete informatie verstrekt over haar woon- en leefsituatie na het vonnis en heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij serieuze pogingen heeft gedaan tot het vinden van vervangende woonruimte.
Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hoger beroep wordt verder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de man het exclusieve gebruiksrecht van de woning krijgt toegewezen en compenseert de proceskosten.