ECLI:NL:GHDHA:2016:2869
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling naheffingsaanslag loonheffingen en boete uitzendbureau 2009
Belanghebbende, een uitzendbureau, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonheffingen over 2009 en een vergrijpboete vanwege onjuiste aangifte. De Inspecteur stelde vast dat er geen sluitende rittenadministratie was voor privégebruik van ter beschikking gestelde auto’s en dat er bovenmatige onbelaste reiskostenvergoedingen waren verstrekt. Ook waren niet alle gewerkte uren verantwoord.
De rechtbank had de boete verminderd, maar het Gerechtshof bevestigde de naheffingsaanslag en boete. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat de auto’s minder dan 500 kilometer privé waren gebruikt en dat de reiskostenvergoedingen niet voldoende waren onderbouwd. Daarnaast was de urenadministratie onvoldoende, waardoor een redelijke schatting van de Inspecteur gerechtvaardigd was.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet de vereiste aangifte had gedaan, waardoor de bewijslast deels werd omgekeerd en verzwaard. De opgelegde boete van 10% van de nageheven belasting werd passend geacht vanwege grove schuld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag en boete wegens onjuiste aangifte en onvoldoende bewijs, en verklaart het hoger beroep ongegrond.