ECLI:NL:GHDHA:2016:2775
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte oplichting wegens ontbreken listige kunstgreep
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam is verdachte vrijgesproken van oplichting. Aan verdachte werd ten laste gelegd dat hij samen met een mededader een slachtoffer had bewogen tot het afsluiten van telefoonabonnementen en het afstaan van telefoons door middel van listige kunstgrepen.
Het hof oordeelde dat hoewel vaststond dat verdachte en mededader de mededelingen aan het slachtoffer hadden gedaan en hem hadden meegenomen naar telefoonwinkels, niet wettig en overtuigend was bewezen dat deze mededelingen een listige kunstgreep of samenweefsel van verdichtsels vormden zoals vereist volgens artikel 326 Sr Pro.
Het slachtoffer had lichtvaardig gehandeld en had de onwaarheid kunnen onderkennen. Daarom kon niet worden aangenomen dat het slachtoffer door een listige kunstgreep was bewogen tot het afsluiten van abonnementen en afgifte van telefoons.
De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken. Ook werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke taakstraf afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van oplichting wegens ontbreken van een listige kunstgreep.