ECLI:NL:GHDHA:2016:2735
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- L.F.A. Husson
- J.M. van Baardewijk
- N.P.C. van Wijk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens voortdurende onmacht en conflicten ouders
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van ouders tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin het ouderlijk gezag over twee minderjarigen werd beëindigd en de gecertificeerde instelling tot voogd werd benoemd.
De minderjarigen zijn sinds respectievelijk 2013 en 2015 uit huis geplaatst en verblijven in een perspectief biedend pleeggezin. De ouders voerden aan dat zij binnen een aanvaardbare termijn weer voor de kinderen kunnen zorgen en dat zij therapieën volgen om hun persoonlijke en relatieproblemen te verbeteren.
De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling stelden dat de aanvaardbare termijn is verstreken, dat terugplaatsing niet mogelijk is vanwege de problematiek van de ouders en het risico op huiselijk geweld, en dat de minderjarigen een stabiele en veilige omgeving bij de pleegouders hebben.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht het gezag heeft beëindigd omdat de ouders niet binnen een voor de minderjarigen aanvaardbare termijn in staat zijn hun opvoedverantwoordelijkheid te dragen. De beëindiging van het gezag staat omgang en betrokkenheid van de ouders niet in de weg. De bestreden beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag over de minderjarigen vanwege het ontbreken van perspectief op terugplaatsing.