ECLI:NL:GHDHA:2016:2643
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging ouderlijk gezag over minderjarige van ruim 16 jaar
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die het ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter beëindigde en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemde. De minderjarige verblijft sinds 2010 in een pleeggezin en is sinds 2005 onder toezicht gesteld.
De moeder verzocht het hof de beschikking te vernietigen en het gezag te handhaven, stellende dat de minderjarige de wens heeft om weer bij haar te wonen en dat een onderzoek naar thuisplaatsing noodzakelijk is. De raad en gecertificeerde instelling pleitten voor bekrachtiging van de beschikking, stellende dat het verblijf in het pleeggezin in het belang van de minderjarige is vanwege de geboden structuur, veiligheid en hechting.
Het hof overwoog dat de minderjarige gehecht is aan het pleeggezin en dat het noodzakelijk is het loyaliteitsconflict te beëindigen door duidelijkheid te scheppen over haar verblijf tot meerderjarigheid. De moeder heeft onvoorwaardelijke toestemming gegeven voor de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, en er is een positieve samenwerking tussen moeder en pleegouders. Gezien deze omstandigheden en het belang van de minderjarige wijst het hof het verzoek tot beëindiging van het gezag af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag over de minderjarige af en handhaaft het gezag bij de moeder tot de meerderjarigheid van de minderjarige.