Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- op 11 juli 2016 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen;
- op 13 juli 2016 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen;
- op 14 juli 2016 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [naam] en mevrouw [naam] namens de raad.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
- Partijen zijn van [datum] 1998 tot [datum] 2014 gehuwd geweest en zijn de ouders van: [naam minderjarige] , geboren [in] 2010 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: de minderjarige.
- De ouders hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarige.
- De moeder is in 2007 in verband met haar werk naar Nederland verhuisd. Vanaf de echtscheiding van partijen woont de vader permanent in Roemenië. De moeder is in Nederland blijven wonen.
- Partijen twisten al lange tijd over de vraag bij wie van hen de minderjarige de hoofdverblijfplaats moet hebben.
- Bij beslissing van de rechtbank te [plaats] , Roemenië, van 24 oktober 2014 is in het kader van de echtscheidingsprocedure een tijdelijke co-ouderschapsregeling vastgesteld, welke 50/50-regeling bij beslissing in hoger beroep door het gerechtshof te [plaats] , Roemenië van 11 oktober 2014 is gewijzigd in een regeling waarbij de minderjarige de eerste 20 dagen van de maand bij de vader in Roemenië verblijft en de laatste 10 dagen van de maand bij de moeder in Nederland verblijft.
- Bij beslissing van de rechtbank te [plaats] , Roemenië, van 23 december 2014 is in de echtscheidingsprocedure bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige is gelegen bij de vader. Tegen deze beslissing heeft de moeder hoger beroep ingesteld.
- In de ochtend van 20 oktober 2015 is de minderjarige met grootvader (moederszijde) in het kader van de op dat moment geldende en hiervoor beschreven zorgregeling vertrokken naar de moeder in Nederland.
- In de middag van 20 oktober 2015 heeft het gerechtshof te [plaats] , Roemenië de hiervoor beschreven beslissing aangaande de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bekrachtigd.
- De vader heeft zich op 3 november 2015 bij de Centrale Autoriteit gemeld.
- Er loopt op dit moment een bodemprocedure aangaande de gezagsuitoefening van de ouders over de minderjarige in Roemenië. In het kader van deze procedure is door de rechtbank Midden-Nederland te Lelystad op verzoek van de rechtbank te [plaats] , Roemenië, aan de Nederlandse Raad voor de Kinderbescherming verzocht onderzoek te doen naar de levensomstandigheden (waaronder de opvoeding en verzorging) van de minderjarige op het woonadres van de moeder in [woonplaats] .
- De moeder heeft op 19 april 2016 een verzoek tot vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedtaken ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland te Lelystad.
- De vader, de moeder en de minderjarige hebben de Roemeense nationaliteit.