Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 5 juli 2016
Vierstroom Wonen met Zorg B.V.,
[naam],
advocaat: mr. J.A. Tuinman te Amsterdam.
Het verdere geding
De beoordeling van het hoger beroep
[geïntimeerde] daarentegen stelt, voor zover het hof aannemelijk acht dat de werkelijke kosten het voorschot zijn gaan ontlopen,
primairdat het verschil met de voorschotbedragen voor rekening van Vierstroom moet blijven. Daarnaast stelt hij
subsidiairdat het huurdersaandeel in de kosten van leveringen en diensten dat redelijkerwijs bij hem in rekening kan worden gebracht, beperkt dient te worden tot 115% van het maandelijks voorschotbedrag van € 141,92 (prijspeil 2011), jaarlijks te indexeren, althans beperkt moet worden tot een door het hof te bepalen percentage van het maandelijks voorschotbedrag, en dat het hof ten onrechte anders heeft beslist.
Voor zover [geïntimeerde] bedoeld heeft te stellen dat niet is komen vast te staan dat Vierstroom aanmerkelijk meer (service)kosten heeft gemaakt dan de kosten die door het oorspronkelijke voorschot werden gedekt (en er dus helemaal geen grond is voor verhoging van de servicekosten), heeft hij deze stelling in het licht van de vaststaande feiten niet deugdelijk onderbouwd. Evenmin is er grond voor aanvaarding van de primaire stelling van [geïntimeerde] dat het verschil tussen werkelijke kosten en de betaalde voorschotten volledig voor rekening van Vierstroom moet blijven.
- Artikel 16.3 van de algemene bepalingen houdt onder meer in dat, voor zover het gehuurde deel uitmaakt van een gebouw of complex en de leveringen en diensten mede betrekking hebben op andere daartoe behorende gedeelten, verhuurder het redelijkerwijs voor rekening van huurder komende aandeel in de kosten van die leveringen en diensten vaststelt. Verhuurder hoeft daarbij geen rekening te houden met de omstandigheid dat huurder van een of meer van deze leveringen en diensten geen gebruik maakt.
- Anderzijds is er geen grond om uit te gaan van een hoger aantal vierkante meters dan de 98 m² die de kantonrechter heeft vastgesteld, gelet op § 47 in de memorie van antwoord tevens incidenteel beroep van [geïntimeerde], die vervolgens niet, althans niet deugdelijk, is weersproken door Vierstroom.
- Als een of meer gedeelten van het gebouw of complex niet in gebruik zijn, draagt verhuurder er bij de bepaling van huurders aandeel zorg voor dat dit niet hoger wordt dan wanneer het gebouw of complex volledig in gebruik zou zijn.
-Het hof gaat, zoals gezegd, uit van de oppervlakte van het gehuurde zoals deze blijkt uit de huurovereenkomst: 98 m². Aan deze oppervlakte is in de huurovereenkomst ook de aanvangshuurprijs en het voorschot op de bijkomende leveringen en diensten gerelateerd (zie hierboven onder 1 sub d).
- Verder verschillen partijen van mening over het totale vloeroppervlak van het pand (407 m² volgens Vierstroom en 584 m² volgens [geïntimeerde]). Naar het oordeel van het hof heeft op dit punt [geïntimeerde] het gelijk aan zijn zijde. Hij wijst terecht op een bijlage bij de huurovereenkomst, een “Specificatie kosten leveringen en diensten (artikel 5 van Pro de huurovereenkomst)” (productie 2 bij cva). Daarin staat als totale oppervlakte van het pand 584 m² vermeld. Niet kan worden aangenomen dat bij de afrekening (werkelijke kosten min betaald voorschot) een ander totaal vloeroppervlak uitgangspunt moet zijn dan bij berekening van het voorschot het geval is geweest.