Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[X] MEDICAL B.V.,
[Y] MEDISCHE HULPMIDDELEN B.V.,
[Z] MEDICAL B.V.,
1.ZILVEREN KRUIS ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
OZF ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
INTERPOLIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
FBTO ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
AVERO ACHMEA N.V.,
primairde inkoopprocedure te staken,
subsidiairde inkoopprocedure te staken tot een onherroepelijke uitspraak van de bodemrechter, alsmede
primair en subsidiaireen nieuwe inkoopprocedure in gang te zetten met inachtneming van het te wijzen vonnis en/of met tegemoetkoming aan de daarin gegrond of aannemelijk geachte bezwaren van [appellanten] .,
meer subsidiairde inkoopprocedure te staken en het resultaat van een spoedappel bij dit hof af te wachten, en
uiterst subsidiairdat de voorzieningenrechter een andere in goede justitie te bepalen maatregel zal treffen, alles met dwangsom en kostenveroordeling.
primairAchmea zal verbieden verdere uitvoering te geven aan de gesloten overeenkomst,
subsidiairAchmea zal verbieden verdere uitvoering te geven aan de gesloten overeenkomst totdat in de door hen aanhangig gemaakte bodemprocedure onherroepelijk is geoordeeld dat het inkoopbeleid van Achmea en/of de door haar gesloten overeenkomst niet onrechtmatig is, en
meest subsidiaireen andere in goede justitie redelijk geachte maatregel zal treffen die recht doet aan de belangen van [appellanten] ., een en ander telkens met nevenvorderingen. Voor het overige kunnen de vorderingen van [appellanten] . in hoger beroep in elk geval niet meer voor toewijzing in aanmerking komen, omdat de opdracht intussen is gegeven en [appellanten] . intussen Achmea in een bodemprocedure hebben gedagvaard.
Daarvoor is volgens genoemde begripsbepaling vereist dat Achmea specifiek ten doel heeft te voorzien in behoeften van algemeen belang, anders dan van industriële of commerciële aard, rechtspersoonlijkheid bezit en
tweede en (deels) zesde grief). Voorts brengen zij naar voren dat Achmea onrechtmatig heeft gehandeld door slechts één opdrachtnemer te willen contracteren (de
eerste, derde, vierde, (deels) zesde, zevende en negende grief). Zij brengen daarbij naar voren dat Achmea onzorgvuldig, in strijd met de redelijkheid en billijkheid, de goede zeden en de maatschappelijke betamelijkheid heeft gehandeld door met hun belangen als jarenlange contracthouders geen rekening te houden. Ten slotte voeren [appellanten] . aan dat Achmea in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld door wel met alle apothekers die dat wensen, een contract voor de betreffende diabetesmaterialen af te sluiten, doch dat niet met de postorderbedrijven te doen (de
vijfde en dertiende grief ).
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 16 september 2014;
- wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af;
- veroordeelt [appellanten] . in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Achmea tot op heden vastgesteld op € 704,- aan griffierecht en € 1.341,- aan salaris advocaat, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede met de nakosten, begroot op € 131,-, te vermeerderen met € 68,- voor explootkosten als betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.