Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
arrest van 28 juni 2016
Stichting Notarieel Pensioenfonds,
[geïntimeerde] ,
Het verloop van het geding
Feiten
Hierbij leg ik u het volgende voor.
In antwoord op uw brief van 15 mei jl. bericht ik u het volgende.
Van de beroepsorganisatie ontvingen wij de melding dat u als kandidaat-notaris sinds 1998 in de praktijk werkzaam bent. Uit dien hoofde bent u vanaf de dag van aanvang van uw werkzaamheden verplicht deelnemer in de notariële pensioenregeling.
Geachte heer, mevrouw,
Met verbazing heb ik kennis genomen van uw naheffing 200701676.
Naar aanleiding van uw brief van 17 mei jl. bericht ik u het volgende.
“Artikel 2 – Aanvang en einde van het deelnemerschap
Het deelnemerschap vangt aan met ingang van de dag waarop men de hoedanigheid van notaris of kandidaat-notaris verwerft of opnieuw verwerft.
Voor iedere deelnemer eindigt het deelnemerschap met ingang van de dag na die, waarop de deelnemer:
ophoudt als notaris werkzaam te zijn, tenzij de deelnemer in aansluiting hierop kandidaat-notaris of opnieuw notaris wordt;
ophoudt als kandidaat-notaris werkzaam te zijn, tenzij de deelnemer in aansluiting hierop notaris wordt;
komt te overlijden;
door het bestuur van het deelnemerschap op grond van het bepaalde in artikel 5 lid 3 van Pro de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds vervallen is verklaard;
de normale pensioendatum bereikt”.
“Artikel 4 – Dienstjaren
Dienstjaren in relatie tot duur deelnemerschap
“Artikel 6 – Berekening van het ouderdomspensioen
Het ouderdomspensioen bedraagt per dienstjaar dat is verworven wegens deelnemerschap in een periode gelegen vóór de eerste dag van de maand volgend op die waarin de deelnemer de 41-jarige leeftijd heeft bereikt: (…)
Het ouderdomspensioen bedraagt per dienstjaar dat is verworven wegens deelnemerschap in een periode gelegen vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin de deelnemer de 41-jarige leeftijd heeft bereikt: (…)
(…)
De bedragen genoemd in de leden 1 en 2 van dit artikel zullen jaarlijks per 1 januari worden aangepast aan het prijsindexcijfer (…)”
“Artikel 7 - arbeidsongeschiktheidspensioen
Recht op arbeidsongeschiktheidspensioen heeft een deelnemer of gewezen deelnemer die de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt en, op het ogenblik dat hij geheel of gedeeltelijk ophoudt als notaris of kandidaat-notaris werkzaam te zijn, naar het oordeel van het bestuur geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, (…)
Het bedrag van het volledige arbeidsongeschiktheidspensioen is gelijk aan het ouderdomspensioen waarop de deelnemer of gewezen deelnemer recht zou hebben indien hij, na onafgebroken deelnemer te zijn gebleven, op de normale pensioendatum zoals beschreven in artikel 5 lid 1 zou Pro ophouden deelnemer te zijn, (…)”
Beoordeling van het hoger beroep
en onder verantwoordelijkheid van een notaris of een waarnemer notariële werkzaamheden verricht (…)”.