Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
VERDER PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
€ 269,- per maand per kind in 2009, zijnde € 291,- per maand per kind geïndexeerd naar 2015.
niet- wettelijk forfaitair rekenmodel dan toch kan leiden tot de conclusie dat de alimentatie moet worden verlaagd.”
- De Hoge Raad heeft recent de status van het Rapport Alimentatienormen samengevat: r.o. 4.2 “Bij de beoordeling van het middel wordt vooropgesteld dat het aan de rechter die over de feiten oordeelt, is overgelaten te beslissen of en in hoeverre een hem voorgelegd geval zich leent voor een berekening van behoefte en draagkracht aan de hand van het Rapport Alimentatienormen en dat zijn desbetreffende beslissing geen motivering behoeft (Hoge Raad 17 maart 1986, ECLI:NL:HR:1986:AB9688, NJ 1986/545). De in genoemd rapport opgenomen normen zijn niet aan te merken als recht in de zin van art. 79 lid Pro 1, onder b, RO, over de schending waarvan in cassatie met vrucht kan worden geklaagd.
- Blijkens het voorwoord in het Rapport Alimentatienormen is het doel van dit rapport het leveren van een bijdrage aan de voorspelbaarheid en rechtszekerheid van de rechtspraak in alimentatiezaken.
- Het Rapport Alimentatienormen kan immers niet derogeren aan artt. 5, 11 en 12 Wet Algemene Bepalingen.
- De forfaitaire benadering uit het Rapport Alimentatienormen kan leiden tot een lagere draagkracht dan de eerder gehanteerde berekeningsmethode zou hebben gedaan. Indien vervolgens de alimentatie wordt vastgesteld aan de hand van de lagere forfaitaire draagkracht,
- De forfaitaire berekening kan niet worden toegepast indien deze leidt tot de conclusie dat de draagkracht is gedaald terwijl deze in werkelijkheid is gestegen.
- De forfaitaire benadering kan niet worden toegepast indien deze leidt tot een lagere draagkracht dan de oude benadering.
- Het standpunt onder sub 19 van de pleitnota van de vrouw, leidt voorts tot de vraag of zij daarmee voorstaat dat enkel de woonlast niet forfaitair dient te worden berekend of het gehele forfaitaire systeem terzijde moet worden geschoven en de kinderalimentatie moet worden berekend op de oude manier.
- Ondanks het gegeven dat vaste jurisprudentie is dat het tremarapport geen wet is in de zin van artikel 79 RO Pro, leidt het standpunt dat enkel indien de alimentatie op de oude wijze zou worden berekend de draagkracht van een van partijen hoger is, tot het compleet terzijde schuiven van het tremarapport anno 2016.
- Indien wordt gekeken naar hetgeen de vrouw onder sub 14 van haar pleitnota heeft gesteld, lijkt echter dat zij enkel ter zake van de woonlast het forfaitaire systeem wil passeren, omdat de man samenwoont en derhalve zijn woonlast kan delen.
- Uit de jurisprudentie waarnaar ook specifiek in rechtsoverweging 2.7. wordt verwezen in de conclusie van Advocaat-Generaal mr. L.A.D. Keus d.d. 24 oktober 2014 bij een uitspraak van de Hoge Raad d.d. 19 december 2014, is helder te destilleren dat er in beginsel niet wordt afgeweken van het forfaitaire systeem indien de alimentatieplichtige samenwoont, tenzij er sprake is van zeer specifieke omstandigheden, bijvoorbeeld dat dit zou leiden tot het feit dat door het forfaitaire systeem niet kan worden voorzien in de behoefte van de kinderen. Kortom, slechts in uitzonderingsgevallen wordt afgeweken van de huidige systematiek.
- De forfaitaire berekening van de draagkracht kan niet worden toegepast indien deze leidt tot de conclusie dat de draagkracht is gedaald terwijl deze in werkelijkheid is gestegen.
- De forfaitaire benadering kan niet worden toegepast indien deze leidt tot een lagere draagkracht dan de oude benadering.
€ 2.032,-. De draagkracht van de vrouw is dan op basis van de formule 70% x [2032 - (610 + 875)] = € 383,- per maand.
€ 754,- gedeeld door de gezamenlijke draagkracht (754 + 383) 1137 x 714 (de behoefte van de minderjarigen) leidt tot een aandeel van de man van € 473,-.
€ 361,56. Gelet op de van de zijde van de man als productie 41 overgelegde proefberekening WW-uitkering zal het hof het aandeel van de nieuwe partner van de man in de kosten van de baby vaststellen op € 70,- per maand. Nu de man onderhoudsplichtig is geworden jegens drie kinderen en zijn draagkracht (€ 620,-) lager is dan de behoefte van de drie kinderen tezamen (€ 1.084,68), dient zijn draagkracht vanaf [geboortedatum] naar rato te worden verdeeld. 361,56/1.084,69 x 620 = € 206,66 per maand per kind. Nu de draagkracht van de man en de vrouw tezamen (413,32 + 377 = 790,32) voldoende is om in de behoefte van de minderjarigen te voorzien, is er ruimte voor zorgkorting van € 36,-, zodat het hof de kinderalimentatie op (413,32 - 36 = 377,32/2) = € 189,- per maand per kind vaststelt. Ook voor deze periode acht het hof het forfaitaire rekensysteem passen binnen de wettelijke normen.