Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2016:1675

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
9 juni 2016
Publicatiedatum
10 juni 2016
Zaaknummer
2200485315
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs hennepteelt

Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, waarin verdachte was veroordeeld voor hennepteelt in de periode van april tot juni 2013 te Stellendam. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal vorderde een zwaardere straf, namelijk een taakstraf van 150 uur, subsidiair 75 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar. Het hof heeft het bewijs onderzocht dat betrekking had op de aanwezigheid en teelt van circa 1000 hennepplanten op een vrijgemaakt veld in het Scheelhoekbos.

Na beoordeling van het dossier en de pleidooien heeft het hof geoordeeld dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij. Het arrest werd uitgesproken op 9 juni 2016 door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van hennepteelt.

Uitspraak

Rolnummer: 22-004853-15
Parketnummer: 10-100505-15
Datum uitspraak: 9 juni 2016
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 oktober 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag],
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 26 mei 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 16 april 2013 tot en met 2 juni 2013 te Stellendam, gemeente Goeree-Overflakkee tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad op één of meer (daarvoor vrijgemaakte) velden in het Scheelhoekbos een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1000, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uur, subsidiair 75 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. H. van den Heuvel, mr R.C. Schlingemann en mr. P.J. van der Flier, in bijzijn van de griffier mr. M.V. Roza.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 juni 2016.
Mr. P.J. van der Flier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.