ECLI:NL:GHDHA:2016:1576
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden en vervaltermijn vordering kosten huishouding
Partijen zijn op huwelijkse voorwaarden gehuwd geweest en in 2011 gescheiden. De huwelijkse voorwaarden sloten iedere gemeenschap uit en bevatten een vervalbeding voor vorderingen inzake kosten van de huishouding.
De vrouw vorderde onder meer betaling van kosten voor de kinderen over de periode mei 2009 tot november 2011 en vergoeding van betalingen uit haar privévermogen voor een bedrijfsbus en schulden van de man. De man stelde dat het vervalbeding van toepassing was en dat geen sprake was van een natuurlijke verbintenis.
Het hof oordeelde dat het beroep op het vervalbeding door de man terecht was omdat de vrouw onvoldoende bijzondere omstandigheden had gesteld. De vordering inzake de kosten van de kinderen vóór 11 november 2011 werd daarom afgewezen. Ten aanzien van de betalingen uit privévermogen stelde het hof vast dat de Mercedesbus gefinancierd was door de vrouw en ten behoeve van de onderneming van de man was aangeschaft, zonder dat een natuurlijke verbintenis was aangetoond. De man werd veroordeeld tot betaling van €30.597,69 aan de vrouw. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Man veroordeeld tot betaling van €30.597,69 aan vrouw; vordering over kosten kinderen vóór 11 november 2011 afgewezen wegens vervalbeding.