Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 17 mei 2016
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Algemeen
het hof begrijpt: vordert, geheel te vernietigen het deelvonnis dat door de rechtbank Rotterdam op 3 september 2014 is gewezen tussen de man als eiser en de vrouw als gedaagde, en opnieuw recht doende bij arrest, voor zover het betreft het gevorderde bij B1, B2, B3, B4, C en E uitvoerbaar bij voorraad (met inachtneming van de in de memorie van grieven besproken geringe wijzigingen ten opzichte van het in de appeldagvaarding opgenomen petitum):
Het geschil
- mee te werken aan verkoop van twee appartementsrechten in [plaat twee] en het appartementsrecht in [plaats een] (beide te Brazilië)
- medewerking te verlenen aan al hetgeen nodig is om legalisatie daarvoor door de Braziliaanse autoriteiten te verkrijgen
- een en ander op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor elke dag die zij na betekening van het bestreden vonnis in gebreke blijft om te voldoen aan deze veroordeling, met een maximum van € 150.000,-. Daarbij is verstaan dat geen dwangsom zal worden verbeurd als de man geen zekerheid stelt (een garantie afgeven en nakomen dat de helft van de opbrengst in depot zal worden gestort bij de advocaat van de man of een Nederlandse bankgarantie stellen voor dat bedrag).