Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
- bepaald dat de na te noemen minderjarigen [minderjarige I], [minderjarige II] en [minderjarige III] de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vader;
- bepaald dat de minderjarigen bij de moeder zullen zijn drie van de vier weekenden van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond, waarbij de moeder de minderjarigen naar de vader brengt, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen;
- de verdeling van de huwelijksgemeenschap vastgesteld.
- [minderjarige I], geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] (hierna ook te noemen: [minderjarige I]), en
- [minderjarige II], geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] (hierna ook te noemen: [minderjarige II]);
- [minderjarige I] en [minderjarige II] zijn door de vader erkend;
- uit het huwelijk van partijen zijn de volgende thans nog minderjarige kinderen geboren:
- [minderjarige III], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] (hierna ook te noemen: [minderjarige III]), en
- [minderjarige IV], geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] (hierna ook te noemen: [minderjarige IV]);
- tussen partijen staat vast dat de vader niet de verwekker is van [minderjarige IV];
- partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige I], [minderjarige II], [minderjarige III] en [minderjarige IV].
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige I], [minderjarige II] en [minderjarige III] (hierna ook gedrieën te noemen: de minderjarigen);
- de toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarigen (hierna ook: de zorgregeling);
- de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, hierna ook kinderalimentatie.
- te bepalen dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de moeder;
- een zorgregeling tussen de minderjarigen en de vader vast te stellen van drie van de vier weekenden van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond, waarbij de vader de minderjarigen naar de moeder terugbrengt, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen;
- de vader te veroordelen om met € 200,- per maand per kind bij te dragen in de kosten van hun verzorging en opvoeding, ingaande per datum van de door het hof te nemen beschikking;
- althans een dusdanige (zorg)regeling te treffen c.q. te beslissen als het hof meent dat in goede justitie zal behoren.