ECLI:NL:GHDHA:2015:822

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2015
Publicatiedatum
9 april 2015
Zaaknummer
200.148.903-01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 3 EG-betekeningsverordeningArt. 6 lid 1 EG-betekeningsverordeningArt. 10 EG-betekeningsverordeningArt. 19 lid 1 EG-betekeningsverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betekening appeldagvaarding in Duitsland en gelegenheid tot overleggen ontvangstbewijs

Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Den Haag. Tegen geïntimeerden is verstek verleend, maar het hof stelt de vraag of de betekening van de appeldagvaarding aan geïntimeerde sub 2 in Duitsland correct heeft plaatsgevonden.

De gerechtsdeurwaarder heeft een aanvraag tot betekening aan het Duitse Amtsgericht Kleve gezonden conform de EG-betekeningsverordening. Het Amtsgericht bevestigde ontvangst en stuurde een certificaat terug waarin staat dat de dagvaarding per post is betekend met ontvangstbevestiging. Echter, de ontvangstbevestiging zelf is niet overgelegd.

De griffier verzocht appellanten om de ontbrekende ontvangstbevestiging te overleggen, maar dit is niet gebeurd. Hierdoor kan het hof niet vaststellen of de betekening aan geïntimeerde sub 2 volgens de Duitse regels is geschied en of deze tijdig gelegenheid tot verweer heeft gehad.

Het hof wijst appellanten aan om alsnog de ontvangstbevestiging of andere bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat de betekening of kennisgeving rechtsgeldig en tijdig is geschied. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 19 mei 2015 voor deze nadere stukken.

Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en geeft appellanten gelegenheid om ontvangstbewijs of andere bewijsstukken van betekening in Duitsland te overleggen.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.148.903/01
Zaaknummer rechtbank : C/09/437454 / HA ZA 13-185

Arrest van 21 april 2015

inzake

[appellant sub 1],

wonende te Nizhnevartovsk, Russische Federatie,
[appellant sub 2],
wonende te Nizhnevartovsk, Russische Federatie,
appellanten,
hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten],
en afzonderlijk achtereenvolgens: [appellant sub 1] en [appellant sub 2],
advocaat: mr. J.C. van Vliet te Utrecht,
tegen

Suntrap C.V.,

kantoor houdende te Moordrecht,
[geïntimeerde sub 2],
wonende te Kranenburg (Duitsland),
geïntimeerden,
hierna gezamenlijk te noemen: Suntrap c.s.,
en afzonderlijk achtereenvolgens: Suntrap en [geïntimeerde sub 2],
in hoger beroep niet verschenen.

Het geding

Bij exploot van 17 maart 2014 is [appellanten] in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Den Haag, team handel, tussen partijen gewezen vonnis van 18 december 2013. Tegen Suntrap c.s. is verstek verleend. Bij memorie van grieven met producties heeft [appellanten] drie grieven aangevoerd.
Vervolgens heeft [appellanten] de stukken overgelegd en is arrest bepaald.

Beoordeling van het beroep

1. Tegen beide geïntimeerden is op de rol van 27 mei 2014 verstek verleend. Het hof ziet zich evenwel gesteld voor de vraag of de dagvaarding op correcte wijze aan [geïntimeerde sub 2] is betekend.
2. Uit de overgelegde stukken blijkt in dit verband het volgende:
2.1.
Op 17 maart 2014 heeft Bob Kruythof, gerechtsdeurwaarder te Utrecht, aan het Amtsgericht te Kleve, Duitsland, een aanvraag gezonden als bedoeld in art. 4 lid 3 van Pro de Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (“de betekening en de kennisgeving van stukken”), en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1348/2000 (
PbEUL 324/79) (hierna: de EG-betekeningsverordening). In de aanvraag wordt verzocht de appeldagvaarding met een vertaling daarvan in het Duits aan [geïntimeerde sub 2] te betekenen overeenkomstig de Duitse wet.
2.2.
Het Amtsgericht Kleve heeft op 26 maart 2014 overeenkomstig art. 6 lid 1 van Pro de EG‑betekeningsverordening de ontvangst van de aanvraag aan de deurwaarder bevestigd.
2.3.
Op 10 april 2014 heeft het Amstgericht Kleve op de voet van art. 10 van Pro de EG-betekeningsverordening aan de deurwaarder een certificaat gezonden, dat onder meer het volgende inhoudt:
“(…)
12. DURCHFÜHRUNG DER ZUSTELLUNG
12.1.
Tag und Ort der Zustellung: 01.04.2014, Kranenburg
12.2.
Das Dokument wurde (…)
12.2.1.2. ☒ auf dem Postweg zugestellt (…)
12.2.1.2.2. ☒ mit der beigefügten Empfangsbestätigung (…)
Das Schriftstück ist dieser Bescheinigung beigefügt (…)”
2.4.
Aan het certificaat is een kopie van de appeldagvaarding en een Duitse vertaling daarvan gehecht, doch niet de in het certificaat vermelde ontvangstbevestiging.
3. De griffier heeft de advocaat van [appellanten] telefonisch verzocht de ontvangstbevestiging over te leggen. Dit heeft niet ertoe geleid dat de ontvangstbevestiging is overgelegd.
4. Nu de ontvangstbevestiging ontbreekt en daardoor de stukken met betrekking tot de betekening niet compleet zijn, kan het hof niet vaststellen of de betekening aan [geïntimeerde sub 2] is gedaan met inachtneming van de in Duitsland geldende voorschriften. Het hof zal [appellanten] in de gelegenheid stellen bij akte alsnog de onder 12.2.1.2.2 van het door het Amtsgericht Kleve gezonden certificaat bedoelde ontvangstbevestiging in het geding te brengen, dan wel andere gegevens waaruit blijkt dat van de appeldagvaarding met inachtneming van het Duitse recht betekening of kennisgeving aan [geïntimeerde sub 2] is gedaan dan wel de appeldagvaarding daadwerkelijk is afgegeven aan [geïntimeerde sub 2] in persoon of aan zijn woonplaats op een andere in de EG-betekeningsverordening geregelde wijze, en dat de betekening of kennisgeving respectievelijk de afgifte zo tijdig is geschied dat [geïntimeerde sub 2] gelegenheid heeft gehad verweer te voeren (artikel 19, eerste lid, van de EG-betekeningsverordening).

Beslissing

Het hof
 verwijst de zaak naar de rol van 19 mei 2015 voor het bij akte door [appellanten] overleggen van de hiervoor in r.o. 4 bedoelde stukken;
 houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.S. van Coevorden, M.J. van der Ven en F.R. Salomons en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2015 in aanwezigheid van de griffier.