ECLI:NL:GHDHA:2015:820
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering inzage bankafschriften nalatenschap door mede-erfgenamen
Deze zaak betreft een geschil tussen erfgenamen over de verstrekking van bankafschriften van hun overleden moeder. Eén van de kinderen, belast met de afwikkeling van de nalatenschap en handelend op basis van een volmacht, weigerde inzage te geven in de bankrekeningen. De andere erfgenamen vorderden deze inzage.
De rechtbank wees de vorderingen af en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof overweegt dat de moeder zelf bevoegd en in staat was haar bankzaken te controleren en geen bezwaar maakte tegen de wijze waarop de volmachthouder haar bankzaken behartigde. Er is geen sprake van misbruik van volmacht of verzoek om verantwoording door de moeder.
De grieven van de eisers dat de rechtbank niet alle verweren had betrokken en dat het volmachthouderschap niet juist was beoordeeld, worden verworpen. Ook het bewijsaanbod wordt gepasseerd omdat het niet tot een andere beslissing leidt.
Het hof veroordeelt de eisers in de proceskosten en wijst hun vorderingen af, waarmee het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot inzage van bankafschriften af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.