Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van de familiekamer d.d. 3 maart 2015
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Kern van het geschil
- Ten onrechte heeft de rechtbank het testament zodanig uitgelegd dat de uitkering van de levensverzekering onlosmakelijk is verbonden met de hypothecaire geldlening en in de nalatenschap is gevallen;
- Ten onrechte is de rechtbank van oordeel dat uit de enkele omstandigheid dat het oorspronkelijke bedrag van de hypothecaire geldlening in de akte is opgenomen, niet volgt dat de uitkering van de levensverzekering uitsluitend aan appellante sub 1 toekomt;
- Zowel in het testament als in de akte legaten zijn alleen de woning en de hypothecaire geldlening opgenomen. De levensverzekering is niet in de aktes opgenomen. De levensverzekering en de uitkering daaruit zijn derhalve niet gelegateerd;
- Eerst dient een oordeel te worden gegeven over de begunstiging van de levensverzekering bij overlijden. Verpanding maakt dit niet anders. Indien appellante sub 1 begunstigde is voor de uitkering uit de levensverzekering, blijft overeind dat appellante sub 1 oorspronkelijk gerechtigd was tot de uitkering;
- Ten onrechte heeft de rechtbank geoordeeld dat appellante sub 1 geen begunstigde is voor de uitkering van de levensverzekering en dat de bepaling in de hypotheekakte geen betalingsopdracht c.q. partnerverklaring betreft;
- De partnerverklaring is een voorwaardelijke begunstiging van de langstlevende echtgenoot (zie punt 36 e.v.);
- Er is wel degelijk een onlosmakelijke verbondenheid tussen de hypothecaire geldlening en de uitkering van de levensverzekering aangezien een levensverzekering een vereiste is bij het aangaan van een aflossingsvrije hypotheek en verpanding ter extra zekerheid is vereist;
- Noch uit het testament noch uit de akte afgifte legaat volgt dat de uitkering levensverzekering exclusief aan appellante sub 1 toekomt;
- Uit de betreffende polis van de levensverzekering kan worden opgemaakt dat appellante sub 1 eerste begunstigde zou zijn bij overlijden van erflater. Echter, als een levensverzekeringspolis wordt verpand aan de bank wordt daarmee de bank eerste begunstigde bij overlijden en doet daarmee niet meer ter zake wie de oorspronkelijk eerste begunstigde was;
- Het was de bedoeling van erflater om de uitkering van de levensverzekering in de nalatenschap te laten vallen;
- Geïntimeerden betwisten dat er sprake is van een rechtsgeldige partnerverklaring.
- Erflater is de verzekerde;
- Het verzekerd kapitaal is fl. 104.162,-;
- Begunstigden zijn achtereenvolgens: 1) de verzekeringsnemer, 2) de weduwe van de verzekeringsnemer;
- Gesplitste verzekering nr. 5610. Voor zover hier van belang is appellante sub 1 blijkens die polis verzekeringsnemer met betrekking tot de verzekering welke omvat het in de polis omschreven kapitaal bij overlijden van verzekerde.
Beslissing
- € 683,- vastrecht;
- € 1.737,- salaris advocaat;