Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
mr. Chr.A. Baardman en mr. A.H. de Wild, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.
Gerechtshof Den Haag
De verdachte werd beschuldigd van diefstal uit een woning te Zoetermeer op 28 april 2014, waarbij hij samen met anderen via braak een laptop en/of camera's zou hebben weggenomen. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep en eiste een gevangenisstraf van drie maanden.
Tijdens het hoger beroep onderzocht het hof onder meer camerabeelden, getuigenverklaringen en dactyloscopisch onderzoek. Camerabeelden toonden drie personen die het flatgebouw betraden en later met een tas vertrokken. Eén medeverdachte werd herkend en had bekend. Sporen aan het kozijn van het raam kwamen overeen met die medeverdachte.
Hoewel de verdachte op de beelden werd herkend en aanwezig was in het flatgebouw, was onduidelijk wat hij precies deed tijdens de inbraakperiode. Het hof oordeelde dat dit onvoldoende bewijs was voor een bewuste en nauwe samenwerking gericht op het plegen van de diefstal.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde. De verdachte werd niet veroordeeld wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor diefstal uit woning.