ECLI:NL:GHDHA:2015:567
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.S. van Coevorden
- V. Disselkoen
- F.R. Salomons
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie
Appellant was sinds 2001 in dienst bij Parnassia en werd na incidenten op de werkvloer geschorst en uiteindelijk ziek gemeld. Ondanks herhaalde oproepen verscheen hij niet bij de bedrijfsarts en werkte onvoldoende mee aan re-integratie. Parnassia stopte daarom de salarisbetalingen en vroeg toestemming bij het UWV voor ontslag, welke werd verleend.
Appellant vorderde vernietiging van het ontslag en diverse vergoedingen wegens kennelijk onredelijk ontslag, waaronder loon, ontslagvergoeding en pensioenschade. Het hof oordeelde dat Parnassia voldoende inspanningen had verricht om appellant tot medewerking aan re-integratie te bewegen, ook zonder mediation, mede omdat appellant niet op uitnodigingen inging.
De grief dat appellant vanwege psychische klachten niet tot gesprekken met de bedrijfsarts in staat was, faalde omdat het deskundigenoordeel bevestigde dat hij tot aangepast werk in staat was. Ook de pensioenschade werd slechts deels aannemelijk geacht. De vordering tot loonbetaling werd afgewezen omdat het staken van salaris gerechtvaardigd was door het gebrek aan medewerking.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.