ECLI:NL:GHDHA:2015:491
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschappelijke goederen en overbedeling bij echtscheiding met Iraans huwelijksvermogensregime
Partijen waren gehuwd van 1983 tot 2007 onder Iraans recht, waarbij sprake is van volledige uitsluiting van gemeenschap van goederen. De zaak betreft de verdeling van gemeenschappelijke goederen, waaronder een bedrag van €40.500,- dat van een gezamenlijke bankrekening werd opgenomen, een levensverzekering, een gemeenschappelijke bankrekening en sieraden.
De man vordert vernietiging van eerdere vonnissen en betaling door de vrouw wegens overbedeling. De vrouw voert meerdere grieven aan, waaronder betwisting van de besteding van het opgenomen bedrag en vorderingen inzake levensverzekering en sieraden. Het hof gaat uit van de feiten vastgesteld door de rechtbank en beoordeelt de grieven.
Het hof oordeelt dat de vrouw het bedrag van €40.500,- tot haar beschikking had en dat de rechtbank ten onrechte geen overbedelingsbedrag heeft vastgesteld. De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van €16.219,98 aan de man, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 27 juni 2012. De overige grieven van de vrouw worden afgewezen, waaronder die over de levensverzekering, bankopnames en sieraden. Proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van €16.219,98 aan de man wegens overbedeling, met wettelijke rente vanaf 27 juni 2012.