ECLI:NL:GHDHA:2015:426
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermogensrechtelijke afwikkeling lening en onverschuldigde betaling na scheiding
In deze zaak gaat het om de vermogensrechtelijke afwikkeling van een scheiding waarbij de vrouw een lening aan de man heeft verstrekt. De man stelde dat hij de lening had terugbetaald, maar het hof bevestigde dat de bewijslast hiervoor bij de man ligt en dat de vrouw toegelaten is tot tegenbewijs. De vrouw slaagde erin aannemelijk te maken dat een betaling van €29.000 niet als aflossing gold, mede ondersteund door getuigenverklaringen.
Daarnaast vorderde de man terugbetaling van kosten die hij had voorgeschoten voor het opknappen van het appartement van de vrouw, maar het hof oordeelde dat hij onvoldoende onderbouwing had geleverd voor een geldleningsovereenkomst hierover. De vrouw werd ook niet aansprakelijk gehouden voor onverschuldigde betalingen, aangezien de man met stukken onderbouwde dat betalingen betrekking hadden op voorgeschoten bedragen.
De rechtbank had de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, en het hof bevestigde deze beslissing gezien de complexe voorgeschiedenis en deels gelijk en deels ongelijk gestelde partijen. Het hof wees alle overige hoger beroep vorderingen af en bekrachtigde de bestreden vonnissen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestreden vonnissen en compenseert de proceskosten tussen partijen.