ECLI:NL:GHDHA:2015:423
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.A. Mink
- L.F.A. Husson
- P.B. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschap en kosten gezamenlijke woning na beëindiging samenleving
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de kantonrechter Rotterdam betreffende de verdeling van de beperkte gemeenschap en de kosten van de gezamenlijke woning. Het geschil betreft onder meer de vraag of de premie van de opstap hypotheekverzekering onder de kosten van de huishouding valt en de verdeling van investeringen zoals de keuken.
Het hof oordeelt dat de premie van de overlijdensrisicoverzekering niet onder de kosten van de huishouding valt, conform de samenlevingsovereenkomst, waardoor de man terecht aanspraak maakt op terugbetaling. De vrouw moet een aangepast bedrag van € 9.797,32 betalen aan de man. Daarnaast wordt vastgesteld dat de vrouw tot de verkoop van de woning de helft van de eigenaarslasten en onderhoudskosten moet voldoen.
Verder wordt geoordeeld dat de kosten van de keuken als investering in de woning moeten worden aangemerkt, ondanks waardevermindering, en dat de vrouw deze kosten voor de helft moet vergoeden. De vordering van de man tot vergoeding van inboedelgoederen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten in hoger beroep worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de vrouw een aangepast bedrag van € 9.797,32 aan de man moet betalen voor de opstap hypotheekverzekering en bevestigt verdere verdeling van kosten en investeringen.