ECLI:NL:GHDHA:2015:4025
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Labohm
- Stollenwerck
- Visser
- Rechtspraak.nl
Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap en draagplicht schulden na echtscheiding
In deze zaak stond de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap centraal, met name de vraag wie verantwoordelijk is voor bepaalde schulden en de waardering van activa. De huwelijksgemeenschap werd op 13 mei 2013 ontbonden, waarbij goederen en schulden vanaf 3 januari 2013 aan de respectievelijke echtgenoot worden toegedeeld.
De man exploiteerde een café waarvoor een huurovereenkomst bestond die tijdens het huwelijk was aangegaan. Na intrekking van de horecavergunning ontstond een huurachterstand waarvoor de man werd veroordeeld tot betaling. Het hof oordeelde dat deze schulden in de gemeenschap vallen en dat beide partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn, ondanks het verweer van de vrouw dat zij niet betrokken was bij het café en de schulden.
Verder werd de waarde van de inventaris en voorraden van het café vastgesteld, waarbij de goodwill als verdampt werd beschouwd. De man moest de vrouw een bedrag van € 5.000,- betalen wegens overbedeling. Ook werd een schuld aan een stichting van € 55.000,- toegerekend aan de gemeenschap, waarbij de vrouw niet kon worden vrijgesteld van draagplicht ondanks haar stellingen over mogelijk strafbaar handelen van de man.
De vrouw werd aangewezen als dwangvertegenwoordiger om de verkoop van de gezamenlijke auto te realiseren. Verzoeken tot gebruiksvergoeding en betaling van een verzekeringspremie werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Beide partijen zijn gelijk draagplichtig voor de huurschuld en schuld aan de stichting; de vrouw wordt aangewezen als dwangvertegenwoordiger voor verkoop auto; overige verzoeken worden afgewezen.