Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP
- te bepalen dat de vastgestelde bijdragen ad respectievelijk € 348,- en € 132,- thans geïndexeerd naar € 408,07 en € 154,78 per maand bij de beschikking van 6 februari 2004 van de rechtbank Den Haag, met ingang van 24 december 2012, althans met ingang van 21 juni 2013, althans met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, althans met ingang van de datum van een in deze te wijzen beschikking, dan wel een datum door het (het hof begrijpt:) hof in goede justitie vermeent te moeten bepalen, worden gewijzigd en vastgesteld op nihil, dan wel ter zake vast te stellen door het hof conform de draagkracht van de man;
- te bepalen dat de achterstallige alimentatie wordt beschouwd als te zijn voldaan, zodat de man het bedrag ter zake de achterstallige alimentatie niet hoeft te voldoen aan de vrouw.
- slechts voor het geval het hof stelt dat van de man niet verwacht kan worden dat hij op zijn vermogen inteert en derhalve een wijziging van de onderhoudsbijdrage noodzakelijk is, de onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen vast te stellen op € 54,- per kind per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, althans op een bedrag dat het hof in goede justitie vermeent te behoren,
- met veroordeling van de man in de kosten van het incidenteel hoger beroep aan de zijde van de vrouw.