Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 24 november 2015 (bij vervroeging)
[de vrouw] ,
[de man] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Algemeen
Verkoop woning
- De vrouw heeft op de zitting van 5 maart in paniek en onderdruk van de omstandigheden ingestemd met de verkoop van de woning.
- Zij heeft geen andere huisvesting en heeft op dit moment ook geen financiële middelen daarvoor, nu de man niet alleen niet voldoet aan de veroordeling in conventie, maar ook de alimentaties niet tijdig en volledig betaalt.
- De vrouw heeft in de thans door haar bewoonde voormalige echtelijke woning ook haar fotostudio.
- De eindbeschikking inzake de woning is te verwachten op 25 november 2015.
- Ook in dit hoger beroep is volgens de man het uitgangspunt dat de uitspraak in een bodemzaak leidend is en dat een voorzieningenrechter daarop niet mag vooruitlopen. De man verwijst hiervoor ook nog naar HR 24 april 2015 ECLI:NL:HR:2015:1128 waarin de zogenaamde afstemmingsregel is herhaald. Een voorzieningenrechter moet de bodemrechter volgen tenzij sprake is van een misslag in de bodemuitspraak of vrijwel zeker is dat de bodemrechter gelijkluidend zal beslissen als de voorzieningenrechter.
- De man stelt zich op het standpunt dat het hof in de bodemprocedure moet beslissen over de toedeling dan wel de verkoop van de woning.
- De argumenten die de vrouw ter onderbouwing van haar grief aanvoert zijn niet valide.
- De man is en blijft bereid mee te werken aan toedeling van de woning aan de vrouw mits op aanvaardbare condities.
- Als het hof het standpunt van de man volgt en de partneralimentatie op nihil stelt dan wel op een substantieel lager bedrag dan de huidige bedrag van € 2.070,- per maand, staat het voor de man vast dat de vrouw financieel niet in staat is om de woning toegedeeld te krijgen en dan is verkoop van de woning de enige overgebleven optie.