ECLI:NL:GHDHA:2015:3635
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.J. Kamminga
- M.J. Labohm
- M. Van der Zanden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: geen draagkracht door zakelijke schulden eenmanszaak
In deze zaak staat de partneralimentatie centraal die de man aan de vrouw dient te betalen. De rechtbank had de alimentatie vastgesteld op €1.274,- per maand, maar de man ging in hoger beroep omdat hij stelde dat zijn draagkracht onvoldoende was vanwege aanzienlijke zakelijke schulden die niet waren meegenomen.
De vrouw betwistte de omvang en toerekening van de schulden, evenals enkele posten in de draagkrachtberekening. Ook was er discussie over de hoogte van het inkomen, de huurlasten en de ziektekostenpremies. Het hof heeft de feiten uit de rechtbankbeschikking overgenomen waartegen geen hoger beroep was ingesteld.
Het hof oordeelde dat de man een eenmanszaak exploiteert en persoonlijk aansprakelijk is voor de zakelijke schulden. Daarom dienen deze schulden bij de draagkrachtberekening te worden betrokken. Het hof wees de correcties op de winst- en verliesrekening van de rechtbank af vanwege fiscale gevolgen en het ontbreken van volledige gegevens.
Gezien de omvang van de schulden acht het hof de financiële situatie van de man zwak en zorgelijk, waardoor geen draagkracht resteert voor partneralimentatie. Het hof vernietigde de bestreden beschikking en stelde de alimentatie met ingang van 16 juni 2014 op nihil. De behoeftigheid van de vrouw werd niet meer beoordeeld.
Uitkomst: De partneralimentatie is per 16 juni 2014 vastgesteld op nihil vanwege de zakelijke schulden van de man.