Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
16 december 2015.
Gerechtshof Den Haag
De curator van een gefailleerde erfgenaam is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die de verweerders ontheft van de verplichting de nalatenschap van de erflater te vereffenen volgens de wet. De curator betwistte dat de nalatenschap eenvoudig is en stelde dat de rechtbank ten onrechte de ontheffing had verleend.
De verweerders stelden dat de curator niet-ontvankelijk verklaard moest worden omdat hij in eerste aanleg niet betrokken was en geen belanghebbende is volgens artikel 358 Rv Pro en artikel 4:202 lid 2 BW Pro. Het hof overwoog dat de wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige erfgenaam de nalatenschap beneficiair had aanvaard en dat de ontheffing conform de wet terecht was toegewezen vanwege het positieve saldo van de nalatenschap.
Het hof oordeelde dat de curator geen rechtstreeks belang heeft bij het verzoek tot ontheffing en daarom niet-ontvankelijk is in het hoger beroep. Tevens werd de curator veroordeeld in de proceskosten, waaronder het salaris van de advocaat van de verweerders.
Uitkomst: De curator is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.