Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 15 december 2015
JBM KOERIERS B.V.,
DE UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
eerste zes grieventegen het verband dat de rechtbank, op grond van de geschiedenis van de onderhavige aanbesteding, heeft gelegd tussen het begrippenkader van de Postwet en de onderhavige vervoersdiensten en tegen het oordeel van de rechtbank dat intern vervoer van een deelnemende dienst (vervoer van geadresseerde post en goederen van en naar de postkamer) in beginsel niet onder Post2009/S valt. JBM wijst erop dat juist is beoogd het binnenlandse postvervoer niet, maar alle overige post- en vervoersdiensten wel aan te besteden. De onderhavige vervoersdiensten hebben een geheel eigen karakter, aldus JBM. Het begrippenkader van de Postwet is daarom volgens JBM uitsluitend van belang voor de afbakening van het begrip post. Ter zake van het interne vervoer wijst JBM er onder meer op dat dit hof als kort-gedingrechter in een eerder arrest over deze kwestie heeft geoordeeld dat ook diensten tussen kantoren van eenzelfde Deelnemende dienst binnen de werking van Post2009/S vallen. De
zevende griefvalt het oordeel van de rechtbank aan dat onder goederenvervoer als bedoeld in perceel 5 slechts wordt verstaan een geadresseerd pakket, groter dan 140x78x58 cm of zwaarder dan 30 kg, dan wel vervoer van voorwerpen dat als pakket kunnen worden aangemerkt en in grote aantallen op een vervoersobject worden aangeboden. JBM wijst erop dat deze eisen niet zijn te herleiden tot eisen die in het bestek met betrekking tot perceel 5 zijn gesteld en voert aan dat zodanige voorwerpen wel binnen de reikwijdte van perceel 5 kunnen vallen, en dat dat ook geldt voor brieven, pakketten en ongeadresseerd drukwerk als kranten die door clustering als goederenvervoer kunnen worden aangemerkt. JBM verzet zich hier wederom tegen de hantering door de rechtbank van een definitie uit de Postwet. Met de
achtste tot en met elfde griefkeert JBM zich, onder herhaling van eerder door haar naar voren gebrachte argumenten, tegen de afzonderlijke oordelen van de rechtbank dat de onderscheidene door haar uit de aanbesteding “Postkamer” van de UvA geclaimde diensten niet binnen perceel 5 van Post2009/S vallen. De
twaalfde griefis gericht tegen de afwijzing van de vorderingen van JBM; zij bouwt op de eerdere grieven voort. De grieven zullen gezamenlijk worden behandeld.