De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor meerdere delicten waaronder aanranding, bedreiging, schennis van de eerbaarheid, diefstal en wapenbezit. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 136 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank bevestigd wat betreft de bewezenverklaring, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en motivering. Het hof overwoog dat de feiten ernstig zijn en dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld, en dat hij zich niet aan de bijzondere voorwaarden heeft gehouden.
Gezien de ernst van de feiten, de recidive en de psychische problematiek van de verdachte, acht het hof een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 180 dagen passend. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht wordt in mindering gebracht. Het vonnis is uitgesproken op 24 november 2015 door het Gerechtshof Den Haag.