ECLI:NL:GHDHA:2015:3198
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep ouders tegen intrekking internationale opsporingsverzoeken en verstrekking dossier
Appellanten, ouders van kinderen die onder toezicht en uithuisplaatsing stonden, zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter dat internationale opsporingsverzoeken en kinderbeschermingsmaatregelen handhaafde. De ouders vorderden onder meer intrekking van Europese aanhoudingsbevelen en opschorting van de vervolging wegens onttrekking aan het ouderlijk gezag.
Het hof stelt vast dat de kinderen sinds 13 maart 2015 weer thuis wonen bij de ouders, waardoor het spoedeisend belang bij intrekking van de opsporingsverzoeken ontbreekt. De vervolging wegens onttrekking aan het ouderlijk gezag is voorbehouden aan de strafrechter en kan niet door het civiele hof worden geschorst.
Verder oordeelt het hof dat de ouders onvoldoende hebben onderbouwd dat zij recht hebben op het volledige schaduwdossier en dat de juiste procedure via artikel 30 Wetboek Pro van Strafrecht niet is gevolgd. Ook kan het hof geen bevel geven tot verstrekking van documenten van Duitse autoriteiten aan de Nederlandse Staat.
Gelet op deze overwegingen bekrachtigt het hof het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van appellanten af. Tevens worden zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van appellanten af.