ECLI:NL:GHDHA:2015:3197
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing vorderingen inzake intrekking Europese arrestatiebevelen en overdracht vervolging
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter dat Europese arrestatiebevelen en opsporingsmaatregelen handhaafde wegens verdenkingen van overtreding van artikel 279 Wetboek Pro van Strafrecht. De kinderen waren op 28 september 2012 meegenomen naar Duitsland in strijd met ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
Het hof neemt de feiten zoals vastgesteld door de voorzieningenrechter over, waaronder dat appellanten inmiddels weer in vrijheid zijn en de kinderen sinds maart 2015 weer thuis wonen. De vorderingen van appellanten om de arrestatiebevelen in te trekken en de vervolging over te dragen aan Duitse autoriteiten worden afgewezen. Het hof onderschrijft dat de strafrechtelijke opsporingsmaatregelen terecht zijn en dat de Nederlandse rechter bevoegd is.
De rechtsgeldigheid van de kinderbeschermingsmaatregelen is in rechte vastgesteld en kan niet opnieuw worden getoetst in dit geding. Omdat appellanten geen spoedeisend belang meer hebben bij overdracht van de vervolging en geen nieuwe argumenten hebben aangevoerd, blijft de Nederlandse vervolging gehandhaafd. Appellanten worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellanten af.