Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand tot vier jaar na die datum op € 2.730,- per maand, telkenmale bij vooruitbetaling uiterlijk op de eerste dag van de maand te voldoen;
- na verloop van vier jaar na de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand tot zeven jaar na de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand op € 2.730,- per maand te verminderen met de dan geldende bijstandsnorm voor een alleenstaande, telkenmale bij vooruitbetaling uiterlijk op de eerste dag van de maand te voldoen;
- na verloop van zeven jaar na de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand op nihil.
- primair: de onderhoudsverplichting van de man zal worden gelimiteerd ex artikel 1:157 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), met dien verstande dat de man voor de duur van maximaal vijf jaar een bijdrage zal leveren in het levensonderhoud van de vrouw te rekenen vanaf de datum van echtscheiding (29 mei 2013) en derhalve op nihil wordt gesteld op 29 mei 2018;
- deze bijdrage de eerste twee jaar gesteld wordt op € 2.000,- per maand (periode 29 mei 2013 - 29 mei 2015), de tweede twee jaar op € 1.500,- per maand (periode 29 mei 2015 - 29 mei 2017) en het laatste jaar op € 1.000,- per maand (periode 29 mei 2017 - 29 mei 2018);
- subsidiair: de hoogte van de bijdrage gesteld wordt op een bedrag en met bepaling van een termijn (niet hoger en niet langer dan de door de rechtbank vastgestelde bijdrage en termijn) al dan niet met geleidelijke vermindering tot nihil, als het hof in goede justitie juist acht.
Datum echtscheiding
Partneralimentatie
€ 4.635,- netto per maand. Partijen zijn in mei 2009 uiteen zijn gegaan en de vrouw heeft sindsdien rond kunnen komen van de bij voorlopige voorzieningen vastgestelde partneralimentatie van
€ 3.750,- bruto per maand. Zij heeft hier geen wijziging van verzocht, ook niet in de door de man in [land] aanhangig gemaakte procedure. De huwelijksgerelateerde behoefte is door het stilzitten van de vrouw verbleekt en kan daardoor niet langer worden gerelateerd aan het uitgave patroon ten tijde van het huwelijk van partijen, maar moet worden vastgesteld op het bedrag waarvan de vrouw de afgelopen jaren is rondgekomen ad € 3.750,- bruto per maand, zijnde € 2.657,- netto per maand. Bovendien heeft de vrouw een eigen verdiencapaciteit. Zij is 47 jaar oud, afgestudeerd in informatica, en de kinderen van partijen gaan inmiddels hun eigen weg. De vrouw toont niet aan te solliciteren, terwijl zij geacht kan worden minstens een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm te kunnen verwerven en binnen vier jaar na echtscheiding € 2.000,- bruto per maand. Vanaf mei 2018 moet zij in staat worden geacht geheel in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien.
€ 13.000,- netto per maand en het uitgavenpatroon van partijen zoals dit uit de verklaringen van partijen en de overgelegde stukken blijkt, acht het hof de door de rechtbank vastgestelde behoefte van de vrouw alleszins redelijk. Daar komt bij dat niet duidelijk is of, en zo ja welk bedrag, de vrouw uit de boedelscheiding krijgt en onweersproken is dat er een noodzaak is voor een pensioenvoorziening voor de vrouw. De stelling van de man dat de aan de welstand ten tijde van het huwelijk gerelateerde behoefte van de vrouw inmiddels zou zijn verbleekt, acht het hof onvoldoende onderbouwd. Partijen zijn weliswaar al jaren uit elkaar, maar zij zijn pas in mei 2013 officieel gescheiden en de onderhandelingen over de afwikkeling van hun huwelijk duren tot op heden voort.
€ 13.387,- netto per maand.
- met ingang van 29 mei 2013 tot 29 mei 2017 op € 3.500,- per maand, wat de na heden te verschijnen termijnen betreft bij vooruitbetaling uiterlijk op de eerste dag van de maand te voldoen;
- met ingang van 29 mei 2017 tot 29 mei 2020 op € 3.500,- per maand te verminderen met de dan geldende bijstandsnorm voor een alleenstaande, telkenmale bij vooruitbetaling uiterlijk op de eerste dag van de maand te voldoen;
- met ingang van 29 mei 2020 op nihil;