Uitspraak
7. Waardevaststelling
8.Taxatieonderbouwing
9.Vergelijkingsobjecten
Analyse bruto huurwaarde:
- [B] 12,7
- [C] 13
- [D] 15
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, eigenaar van een monumentaal kantoorpand te Rotterdam, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van €739.000 per 1 januari 2012 en vorderde een lagere waarde van €695.000. De heffingsambtenaar had de waarde op bezwaar vastgesteld op €739.000, nadat aanvankelijk een hogere waarde van €850.000 was vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
In hoger beroep overwoog het Hof dat de waarde van de onroerende zaak moet worden bepaald volgens artikel 17 lid 2 van Pro de Wet WOZ, waarbij de huurwaardekapitalisatiemethode wordt toegepast. Het Hof vond de taxatie van de heffingsambtenaar, gebaseerd op marktgegevens van vergelijkbare objecten en een systematische berekening van huurwaarde en kapitalisatiefactor, voldoende aannemelijk. Het taxatierapport van belanghebbende voldeed niet aan de bewijsvereisten, mede doordat het geen marktgegevens bevatte en gebruikmaakte van een vraaghuurprijs die niet representatief was voor de waardepeildatum.
Verder wees het Hof het verzoek van belanghebbende tot vergoeding van de kosten van het taxatierapport in de bezwaarfase af, omdat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 7:15 Awb Pro, waaronder het tijdig indienen van een verzoek en het aantonen van aan het bestuursorgaan toe te rekenen onrechtmatigheid.
Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende kan binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €739.000 bevestigd zonder vergoeding van bezwaarkosten.