ECLI:NL:GHDHA:2015:2976
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- G.P.A. Aler
- C.G.M. van Rijnberk
- H.C. Wiersinga
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplichtigheid invoer cocaïne wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam waarin verdachte was veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan de invoer van circa 184 kilogram cocaïne. De tenlastelegging betrof het medeplegen en voorbereiden van het binnenbrengen van de drugs in Nederland.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het dossier en de zitting onderzocht en geconcludeerd dat verdachte weliswaar hand- en spandiensten heeft verricht bij de voorbereiding en invoer van de containers met cocaïne, maar dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld wanneer hij wist dat het om verdovende middelen ging. Tevens ontbrak het aan bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking die vereist is voor medeplegen.
Het hof oordeelt dat de rol van verdachte niet zodanig was dat sprake is van medeplegen en verklaart het ten laste gelegde niet bewezen. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplichtigheid aan invoer van cocaïne wegens onvoldoende bewijs.