Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
arrest in kort geding d.d. 27 oktober 2015
wonende te [woonplaats] ,
26. [appellant 26],
wonende te [woonplaats] ,
41. [appellant 41],
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat centraal of Dexia verboden moet worden om procedures te starten tegen een groep appellanten, dan wel dat reeds gestarte procedures worden aangehouden, in afwachting van uitspraken van de Hoge Raad over relevante rechtsvragen.
De appellanten vorderen dit verbod wegens vermeend misbruik van recht door Dexia, die volgens hen onnodig procedures start die geen kans van slagen hebben en appellanten financieel belasten. Het hof stelt vast dat het recht op toegang tot de rechter slechts in uitzonderlijke gevallen beperkt mag worden en dat Dexia niet duidelijk misbruik maakt.
Het hof overweegt dat er sprake is van nog onduidelijke rechtsvragen die door de Hoge Raad worden behandeld, maar dat dit geen reden is om individuele procedures te blokkeren. De belangen van Dexia om duidelijkheid te verkrijgen over haar vorderingen wegen zwaarder dan de bezwaren van appellanten.
Ook het argument van appellanten dat Dexia de procedures gebruikt om druk uit te oefenen en kosten te veroorzaken, is niet aannemelijk gemaakt. Het hof benadrukt dat individuele rechters in lopende zaken kunnen besluiten tot aanhouding.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het verbod af en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.