Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak: 2 september 2015
mr. Evertsen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2015.
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak staat de vaststelling van de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie voor hun minderjarige kind centraal. De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin een maandelijkse bijdrage van €351 was vastgesteld. De vrouw stelde een hogere behoefte vast en voerde aan dat het kindgebonden budget niet in mindering mocht worden gebracht op de behoefte.
Het hof hanteerde de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatienormen en rekende met de netto besteedbare inkomens van beide ouders, waarbij het kindgebonden budget en de alleenstaande-ouderkop in mindering werden gebracht op de behoefte van het kind. De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn inkomen, inclusief een ontslagvergoeding die hij geacht wordt aan te wenden om zijn WW-uitkering aan te vullen.
Het hof oordeelde dat de draagkracht van de man de behoefte van het kind overstijgt en stelde de kinderalimentatie vast op €193 per maand vanaf 1 juli 2013 tot 1 februari 2015 en €60 per maand vanaf 1 januari 2015. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €193 per maand vanaf 1 juli 2013 en €60 per maand vanaf 1 januari 2015, met compensatie van de proceskosten.