ECLI:NL:GHDHA:2015:2617
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid ex-echtgenote voor lening tijdens huwelijk aangegaan door echtgenoot
De zaak betreft een hoger beroep van ABN AMRO tegen een vonnis van de rechtbank Den Haag waarin de vordering tegen de ex-echtgenote werd afgewezen. De lening van maximaal € 32.000,-- was tijdens het huwelijk in gemeenschap van goederen aangegaan door de echtgenoot, zonder dat de ex-echtgenote hiervan op de hoogte was.
De rechtbank oordeelde dat de ex-echtgenote niet aansprakelijk was omdat zij geen contractspartij was en dat artikel 1:95 BW Pro niet aansprakelijkheid maar alleen verhaalbaarheid regelt. Het hof stelt echter dat artikel 1:102 BW Pro (oud) van toepassing is, waardoor na ontbinding van de gemeenschap ieder van de echtgenoten hoofdelijk aansprakelijk blijft voor de gemeenschapsschulden.
De ex-echtgenote voerde verweren aan zoals het ontbreken van toestemming en schending van zorgplicht door ABN AMRO, maar deze werden door het hof verworpen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de vordering betreft, wijst de vordering van ABN AMRO toe tot betaling van de helft van de lening plus rente vanaf de datum van echtscheiding, compenseert de eerste aanlegkosten en veroordeelt de ex-echtgenote in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De ex-echtgenote wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de lening plus rente vanaf de datum van echtscheiding.