Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van de familiekamer d.d. 23juni 2015
Het verdere verloop van het geding
De verdere beoordeling
- een voorzieningenrechter kan een noodvoorziening treffen en kan geen declaratoire of constitutieve vonnissen wijzen;
- de voorzieningenrechter heeft uit eigener beweging de toewijzing van de vorderingen van de vrouw gebaseerd op art. 6:258 BW Pro hetgeen in strijd is met de lijdelijkheid van de rechter;
- ten onrechte heeft de voorzieningenrechter de overeenkomst ten aanzien van de woning ontbonden;
- de vrouw dient derhalve mee te werken aan het notarieel transport van de eigendom van de woning geheel op naam van de man;
- in ieder geval gaat de man er van uit dat partijen zijn overeengekomen dat de man de vrouw zou vrijwaren ter zake van de uit de schuld voortvloeiende verplichtingen, derhalve dat de man de hypotheekrente voor zijn rekening zou nemen. Dit heeft de man ook gedaan, zodat niet als onvoorziene omstandigheid kan gelden dat de man de hypotheekrente niet voldoet;
- het faillissement heeft er toe geleid dat de man thans minder financiële armslag heeft dan voorheen;
- de faillissementen kunnen niet gelden als een onvoorziene omstandigheid;
- de door de vrouw gestelde feiten leveren geen vrijbrief om de woning te verkopen zoals haar goeddunkt.
- van een constitutief vonnis is geen sprake. De overeenkomst is niet ontbonden;
- het stond de voorzieningenrechter vrij om een voorziening te treffen met het oog op hetgeen in een bodemprocedure te verwachten viel;
- in de dagvaarding komt uitputtend aan de orde dat de man zijn afspraken niet kan nakomen; de dagvaarding is er mee doordrenkt.