ECLI:NL:GHDHA:2015:2384
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanslag leges bouwvergunning wegens overschrijding termijn oplegging
Belanghebbende heeft op 5 september 2007 een aanvraag ingediend voor een lichte bouwvergunning bij de gemeente Leiden. De heffingsambtenaar heeft op 10 december 2012 een aanslag leges opgelegd van € 16.118, welke belanghebbende heeft betwist. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het geschil in hoger beroep betrof primair of de aanslag tijdig was opgelegd. Het hof oordeelde dat het belastbare feit zich op 5 september 2007 voordeed en dat de aanslagtermijn volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen was verstreken bij het opleggen van de aanslag op 10 december 2012. De heffingsambtenaar had de aanslag niet tijdig opgelegd en kon dit gebrek niet herstellen door conversie in een navorderingsaanslag omdat ook de navorderingstermijn was verstreken.
De door de heffingsambtenaar aangevoerde omstandigheden rechtvaardigden geen ander oordeel. Het hof stelde vast dat de heffingsambtenaar tijdig een aanslag tot behoud van rechten had kunnen opleggen met uitstel van betaling. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de aanslag en uitspraak op bezwaar werden vernietigd en de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 1.960 en griffierechten van in totaal € 811 aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag leges bouwvergunning is vernietigd wegens overschrijding van de opleggingstermijn en de heffingsambtenaar is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.