ECLI:NL:GHDHA:2015:2233
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- G.J. van Leijenhorst
- H.A.J. Kroon
- O.C.R. Marres
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na opsplitsing appartementen in hoger beroep
Belanghebbende is eigenaar van een driekamerappartement en een ander appartement in hetzelfde complex, die tot 2012 als één onroerende zaak werden gewaardeerd en belast. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van het appartement voor 2013 vast op € 346.000, welke werd verlaagd door de rechtbank naar € 290.000.
In hoger beroep betwist belanghebbende dat de waarde van € 290.000 juist is en voert onder meer aan dat de opsplitsing van de appartementen in twee onroerende zaken onterecht en onverwacht was, mede gelet op jarenlang één aanslag. De heffingsambtenaar verdedigt de opsplitsing en de vastgestelde waarde.
Het Hof oordeelt dat de woning en het appartement twee afzonderlijke onroerende zaken vormen en dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van € 290.000 niet te hoog is. Het Hof wijst het beroep van belanghebbende af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens wordt de heffingsambtenaar gelast het in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 290.000 wordt bevestigd.