ECLI:NL:GHDHA:2015:1990
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Geen spoedeisend belang voor voorschot op betaalde hypotheekrente in kort geding
In deze zaak vordert [de vrouw] een voorschot op de door haar betaalde hypotheekrente voor de gezamenlijke woning, nadat zij uit de woning was geweerd door [de man]. De primaire vordering tot exclusief gebruik van de woning werd ingetrokken, waarna zij haar vordering wijzigde in een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens onrechtmatig gebruik door [de man]. Uiteindelijk beperkte zij haar vordering tot een bedrag van vijf maanden hypotheekrente.
De voorzieningenrechter wees de gevraagde voorziening af. [de vrouw] ging in hoger beroep en stelde dat de voorzieningenrechter onvoldoende had onderzocht of sprake was van onrechtmatig beletsel en dat zij haar betalingen noodgedwongen had gestaakt vanwege beperkte financiële middelen.
Het hof oordeelt dat in kort geding geen verklaring voor recht kan worden gevorderd en dat voor toewijzing van geldvorderingen terughoudendheid geboden is. [de vrouw] heeft onvoldoende gesteld dat er sprake is van onverwijlde spoed of dat zij financieel in problemen komt bij afwijzing van haar vordering.
Daarom wordt het bestreden vonnis bekrachtigd. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering tot voorschot op betaalde hypotheekrente af wegens gebrek aan spoedeisend belang.